Baanwielrennen

Baanwielrennen

Snel, tactisch en enorm spannend. Baanwielrennen heeft het allemaal. De piste (baan) is dan ook een perfecte leerschool voor wielrenners. Je leert er namelijk erg goed van sturen en krijgt er veel koersinzicht van. Met baanwielrennen kun je dan ook niet vroeg genoeg beginnen!

Duur en sprint-onderdelen

Baanwielrennen is erg veelzijdig, want wedstrijden zijn er in vele soorten en maten. In een puntenkoers ga je op jacht naar de hoogste score en bij een individuele achtervolging probeer je je tegenstander te kloppen in een rit tegen de klok. En dat zijn slechts de duuronderdelen. Sprinters hebben namelijk hun eigen wedstrijden.

Overzicht sprintonderdelen op de baan

  • 200 meter tijdrit
    Om je te plaatsen voor het sprinttoernooi fiets je een tijdrit over 200 meter. De tijd die je fietst, bepaalt tegen wie je het in de eerste ronde opneemt. Voor een razendsnelle tijd start je niet vanuit stilstand. Je begint op de 200 meter-lijn en maakt daardoor een 'vliegende start'.
  • Sprint
    De sprint staat bekend als 'het koningsnummer' van de baan. Een tactisch meesterspel waarbij topsnelheid van groot belang is. In een sprint neem je het op tegen één tot maximaal drie tegenstanders. Die probeer je in twee of drie ronden tijd te verslaan. Het sprinttoernooi werkt met een knock-outsysteem. Na de kwalificatie neem je het elke ronde op tegen een nieuwe tegenstander.
  • Teamsprint
    Bij de teamsprint strijden twee ploegen in de baan tegen elkaar. Als mannenploeg start je met drie renners, waarvan elke renner steeds één ronde op kop fietst. Een vrouwenploeg bestaat uit twee rensters die de openingsronde en tweede ronde verdelen. Ook de teamsprint werkt met een knock-outsysteem.
  • Kilometer en 500 meter tijdrit
    Dit is een individuele wedstrijd tegen de klok. Je start vanuit stilstand en probeert vervolgens zo snel mogelijk op topsnelheid te komen. De renner met de snelste tijd wint.
  • Keirin
    In dit van oorsprong Japanse onderdeel fiets je eerst een aantal ronden achter een gemotoriseerde gangmaker. Zo’n motor heet een 'derny'. Deze derny verlaat de baan op 600 á 700 meter voor de finish. Tot die tijd mag je er niet voorbij fietsen. Zodra de derny uit de baan is, barst de strijd om winst los.

Overzicht duuronderdelen op de baan

  • Individuele achtervolging
    Tijdens de achtervolging start je tegelijk met je tegenstander. De ene renner bij de startstreep, de ander aan de overkant van de piste. Het doel is simpel: je concurrent inhalen! Als dat lukt, heb je de achtervolging gewonnen. Lukt dat niet, dan wint de renner met de snelste tijd.
  • Ploegenachtervolging
    In een ploegenachtervolging neem je het als ploeg op tegen een concurrerend team. De ene ploeg begint bij de startstreep, terwijl het andere team aan de overzijde van de baan start. De winnaar is de ploeg die het andere team inhaalt. Als dat niet gebeurt, wint de ploeg die de snelste tijd op de klok zet.
  • Puntenkoers
    De puntenkoers is een pelotonswedstrijd die draait om tussensprints. In deze sprints kun je punten verdienen. Daarnaast kun je punten verzamelen door een ronde voorsprong te pakken. De renner met de meeste punten wint de puntenkoers.
  • Afvalwedstrijd
    In een afvalwedstrijd draait het om overleven. Na elke sprint moet de laatste renner namelijk de wedstrijd verlaten. Zo blijven er uiteindelijk twee renners over die om de winst sprinten.
  • Leidersrace/temporace
    De leidersrace is een variant op de puntenkoers. Het grote verschil is dat je in een leidersrace elke ronde punten kunt verdienen. Twee punten voor de eerste die over de streep fietst en één punt voor de tweede. Een variant van de leidersrace is de temporace. Hierbij krijgt alleen de eerste renner bij een sprint één punt.
  • Koppelkoers (Madison)
    In een koppelkoers probeer je als duo zoveel mogelijk punten te verdienen in tussensprints. Je bent echter nooit allebei tegelijk in koers. Door elkaar een handaflossing te geven, zorg je ervoor dat jij of je teamgenoot 'in koers' komt. Door de snelle wisselingen is dit één van de spectaculairste onderdelen op de baan.
  • Scratch
    De scratch is een pelotonswedstrijd over een bepaald aantal ronden. Omdat er geen tussensprints zijn, wint de renner die de eindstreep als eerste passeert.
  • Stayeren (Demi-Fond)
    In stayerwedstrijden fietst elke renner achter een gemotoriseerde gangmaker. Je fietst een bepaald aantal ronden en probeert met je gangmaker de tegenstand voor te blijven.

Het omnium en de zesdaagse

Dan zijn er nog twee bijzondere wedstrijdenvormen op de baan: de Zesdaagse en het omnium. Bijzonder, omdat ze sprintonderdelen combineren met duurwedstrijden.

  • Omnium
    Het omnium is een klassement over vier onderdelen op één dag. De opzet van het omnium verandert regelmatig. Sinds 2017 beginnen renners met een scratch, gevolgd door de temporace, een afvalkoers en tot slot een puntenkoers. De renner die na de puntenkoers de meeste punten heeft verzameld, wint het omnium.
  • Zesdaagse
    De naam zegt het al: een zesdaagse duurt zes dagen. Vroeger fietsten renners daadwerkelijk zes dagen non-stop door, maar tegenwoordig gaat het er wat menselijker aan toe. Het deelnemersveld bij een zesdaagse bestaat uit koppels, die iedere dag een wedstrijdprogramma afwerken. Tijdens deze wedstrijden kunnen de deelnemers punten scoren en rondes voorsprong pakken op hun concurrenten. De meeste zesdaagses staan in de winter op de kalender. Naast de wedstrijd is ook de show er omheen een belangrijk onderdeel van een zesdaagse. Feest gegarandeerd!

Nederlandse successen

Mede door de vele Nederlandse successen op EK’s en WK’s groeit het baanwielrennen aan populariteit.
Ook de 6-daagsen hebben de afgelopen jaren weer in ruime mate belangstelling opgewekt van publiek en de media. Bekende baanwielrenners waaronder Matthijs Buchli en Hugo Haak zijn op internationaal vlak bekende toppers en zullen de komende jaren hun ervaringen uitdragen aan de jeugd.

Wielerbanen in Nederland

Nederland heeft verschillende overdekte en onoverdekte wielerbanen. Klik op de naam van de baan om naar de desbetreffende website te gaan.