Woordenlijst

Gepubliceerd op 15 mei 2017, Geupdate op 12 november 2019

De Tour de France aan het kijken en een woord gehoord dat je niet begrijpt? Of net begonnen met fietsen? Met deze woordenlijst leer je de fijne kneepjes van het wielerjargon.

AFDELING – Om alle BMX-wedstrijden goed te kunnen organiseren, is Nederland in afdelingen verdeeld. Per afdeling is er een apart bestuur wat alle zaken goed regelt.

AMATEUR – Een leeftijdscategorie in de wielersport. Vanaf 17 jaar / vanaf 30 jaar wordt de UCI categorie 'Master' op je licentie aangegeven, tenzij voor de categorie 'Amateur' gekozen wordt.

BAANFIETS – Een fiets die wordt gebruikt voor het fietsen op een overdekte wielerbaan. Het is een gewone racefiets, maar wel eentje zonder remmen en met maar één versnelling.

BAANWIELRENNEN – Snel, tactisch en enorm spannend. Baanwielrennen heeft het allemaal. De piste (baan) is dan ook een perfecte leerschool voor wielrenners. Je leert er namelijk erg goed van sturen en krijgt er veel koersinzicht van. Met baanwielrennen kun je dan ook niet vroeg genoeg beginnen!

BASISLIDMAATSCHAP – De KNWU heeft twee lidmaatschappen*. Lees hier je voordelen

* Basislid via een club: Je bent lid van een club die is aangesloten bij de KNWU;
* Direct basislid: Je bent direct verbonden aan de KNWU. Je bent dus niet lid van een bij de KNWU aangesloten club.  

BELOFTEN – Een leeftijdscategorie in de wielersport. Je bent belofte van je 18e tot je 23e.

BIDON – Een afgesloten drinkbus die je in je bidonhouder op je fiets kunt zetten.

BMX – Een sport waarbij de deelnemers een kort, bochtig parcours afleggen op een BMX; een fietsje met kleine wielen. BMX-wedstrijden rijd je op een baan vol hindernissen, (dubbele) heuveltjes, kombochten en wasborden. Springend, sturend en zwevend bereik je uiteindelijk de finish.

BMX FREESTYLE – Bij BMX freestyle gaat het om het uitvoeren van figuren en sprongen. Deze kunnen op vlakke stukken, op obstakels of op een helling worden uitgevoerd. Rijders worden vervolgens beoordeeld d.m.v. cijfers voor de moeilijkheid, originaliteit en stijl.

BMX PUMPTRACK – Het gaat bij BMX pumptrack om 100% fietsbeheersing. Door het verplaatsen van je lichaamsgewicht en een perfecte timing wordt er snelheid gegenereerd. Er mag dan ook niet getrapt worden. Een pumptrack parcours is een kruising tussen een fietscrossbaan en een skatepark. Het is een achtbaan voor alles op wielen. Bulten en bochten volgen elkaar ritmisch op.

BONDSCOACH – Elke sport heeft een eigen bondscoach. Deze zoekt de beste sporters uit en selecteert deze voor grote wedstrijden, zoals een Europese- en wereldkampioenschap.

CASSETTE – De naam van alle tandwielen samen op het achterwiel.

CHIP – Een kleine transponder die een signaal doorgeeft aan een ontvanger. In het wielrennen worden chips gebruikt om snel een uitslag van een wedstrijd te kunnen maken. Een chip kan je met tiewraps vastmaken aan de voorvork van je fiets.

CLUB – Door heel Nederland zijn er verschillende wielerclubs. Bij een wielerclub kan je samen trainen, samen naar wedstrijden gaan en leeftijdsgenootjes leren kennen. Wil je weten waar bij jou in de buurt clubs zitten? Kijk dan hier

CYCLOBAL – Een tak van sport in het kunstwielrijden. Het is het best te vergelijken met voetbal op de fiets.

CYCLOCROSS – Ook wel veldrijden genoemd. De wielrenners leggen op een speciale veldfiets een parcours door de natuur af met allemaal hindernissen.

DERAILLEUR – Een onderdeel van een racefiets dat ervoor zorgt dat de ketting van het ene naar het andere tandwiel wordt gelegd.

DISTRICT – Om alle wielerwedstrijden goed te kunnen regelen, is Nederland onderverdeeld in verschillende stukjes. Per district is er een eigen districtsbestuur en ook wordt er jaarlijks een districtskampioenschap gehouden.

DOPING – Doping zijn verboden prestatiebevorderende middelen. Doping is gevaarlijk voor je gezondheid en levert een oneerlijk voordeel op ten opzichte van anderen. Daarom staan er op het gebruik van doping straffen. Wil je meer weten over hoe je voorkomt met doping in aanraking te komen, kijk dan hier

DUURTRAINING – Een training die je doet om je conditie te verbeteren. Je fietst een langere tijd op een rustig tempo.

ELITE – Een leeftijdscategorie in het wielrennen. Iedereen die ouder is dan 23 jaar kan een elitelicentie nemen. Voor mannen zijn er drie vormen: Professionals-A, Professionals-B en Elite-zonder-contract. Voor vrouwen zijn er twee 'soorten' elite-renners: Professionals-B en Elite-zonder-contract.

ELITE-ZONDER-CONTRACT – Een leeftijdscategorie in het wielrennen. Iedereen die ouder is dan 23 jaar kan een elitelicentie nemen. Je bent lid van een club of behorend tot een Landelijk Discipline Team (LDT).

EK – Afkorting voor Europees kampioenschap. Tijdens deze wedstrijd strijden renners uit Europa tegen elkaar om de beste van Europa te zijn. Degene die tijdens deze wedstrijd wint is een jaar lang Europees kampioen en mag de Europese trui dragen.

FIETSCROSS – Een ander woord voor BMX.

FRAME – Het dragende gedeelte van je fiets. Dit is je fiets zonder draaiende onderdelen, zoals je wielen, ketting en derailleurs.

FUNKLASSE – De FUNklasse is er voor beginnende renners die af en toe een wedstrijd willen rijden. Zij hebben geen wedstrijdlicentie.

JEUGD – Een leeftijdscategorie in het wielrennen. Je rijdt vanaf je 8e t/m je 14e in een jeugdcategorie.

JUNIOREN – Een leeftijdscategorie in het wielrennen. Je bent junior van je 17e t/m je 18e.

JURY – Bij elke KNWU-wedstrijd is een officiële jury aanwezig. Zij zorgen ervoor dat de wedstrijd goed verloopt en maken na afloop de uitslag op.

KADERICENTIE – Om je werkzaamheden als kaderlid (trainer, jury, ploegleider, soigneur, etc.) te mogen uitvoeren heb je een kaderlicentie nodig.

KETTING – Een cruciaal onderdeel van je fiets dat je tandwielen achter verbindt met je tandwielen voor.

KLASSEMENT – Een rangschikking die tot stand komt door de uitslagen van meerdere wedstrijden mee te rekenen.

KLIKPEDAAL – Een aparte trapper op een racefiets waar je met een aparte schoen in vast kunt klikken. Hierdoor schiet je niet meer met je voet van je pedaal af en je kunt beter je kracht overbrengen.

KNWU – De Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie is opgericht in 1928 en is de officiële wielerbond van Nederland. De KNWU heeft meer dan 30.000 leden. De leden van de KNWU zijn heel verschillend; ze zijn jong en oud, jongen en meisje, fietsen veel of weinig, maar ze vinden fietsen allemaal leuk.

KUNSTWIELRIJDEN – Bij het kunstfietsen gaat het erom om mooie kunstjes te laten zien op de fiets. Van handstand tot achterstevoren op de fiets; bij kunstwielrijden kan het allemaal!

LEK – Een lekke band. Door een steentje of een gat in de weg kan je band zomaar lek gaan. Vervelend! Zorg er daarom voor dat je altijd je telefoon, een pompje, bandenlichters en een extra binnenbandje bij je hebt.

LICENTIE – Om een wedstrijd te mogen rijden heb je een licentie nodig. Dit is een pasje dat je meeneemt naar een wedstrijd. Als je je licentie voor de wedstrijd afgeeft, dan ontvang je je rugnummer en na de wedstrijd bij het inleveren van je rugnummer krijg je deze weer terug. Ook kaderleden hebben een licentie nodig. Met deze kaderlicentie mogen zij officieel hun werkzaamheden als jury, trainer, ploegleider of soigneur uitoefenen.

MASTER – Een leeftijdscategorie in de wielersport. Vanaf 30 jaar, tenzij er gekozen wordt voor de categorie Amateur of Elite. De leeftijdscategorie wordt op de licentie vermeld (30+, 40+, 50+).

MATERIAALPOST – Bij het veldrijden kun je vaak halverwege het parcours je materiaal omwisselen. Dit gebeurt vaak, omdat de fietsen zo vies zijn dat bijvoorbeeld remmen niet meer goed werken. In de materiaalpost is het een drukte van belang, met allemaal mechaniekers die de fietsen poetsen en weer klaarzetten.

MECHANIEKER – Voor, tijdens en na wedstrijden is het heel belangrijk dat er goed voor je materiaal gezorgd wordt. Daarom hebben veel ploegen een mechanieker in dienst. Hij/zij zorgt ervoor dat het materiaal van elke renner goed in orde is.

MIJNKNWU – Je persoonlijke profiel op mijnknwu.knwu.nl. Met je persoonlijke inlogcode kun je inloggen en je inschrijven voor wedstrijden, aanpassen welke nieuwsbrieven je wilt ontvangen en je uitslagen bekijken.

MOUNTAINBIKE – Een fiets die speciaal gebouwd is om op ruig terrein te gebruiken. Er zijn verschillende soorten mountainbikes: zo zijn er speciale mountainbikes met extra vering voor afdalingen (downhill), maar ook mountainbikes voor de langere afstanden.

MTB – Afkorting voor mountainbike. Bergen? Die heb je niet nodig om je uit te leven op een mountainbike. In Nederland vind je namelijk tal van uitdagende routes die het uiterste van je fietsbeheersing vergen. Dus laat die brede banden maar rollen!

MYLAPS – Mylaps is het tijdsmetingssysteem van de KNWU. Bij Mylaps kun je een chip huren of kopen. Nadat je het nummer van de chip op MijnKNWU hebt geregistreerd, staat dit in het systeem en kan met behulp van deze chip snel een uitslag worden opgemaakt.

NATIONALE SELECTIE – Van elke sport worden de beste renners geselecteerd. Deze mogen dan namens Nederland meedoen aan grote wedstrijden, zoals het Wereldkampioenschap. De renners dragen dan het oranje pakje van de selectie. Hierdoor zijn ze goed te herkennen.

NIEUWELINGEN – Een leeftijdscategorie in de wielersport. Je bent nieuweling op je 15e en 16e.

NEUTRALISATIE – Een wegwedstrijd start vaak met een neutralisatie. Tijdens de neutralisatie moet je achter de juryauto blijven rijden, die het tempo aangeeft. Dit wordt gedaan voor de veiligheid; er wordt vaak gestart in een stadscentrum en door de vele obstakels is het niet verantwoord om daar meteen de wedstrijd te starten. De wedstrijd wordt vaak buiten de stad ‘vrijgegeven’, waarna de echte wedstrijd kan beginnen.

NK – Afkorting voor Nederlands kampioenschap. Tijdens deze wedstrijd strijden Nederlandse renners tegen elkaar om de beste van Nederland te zijn. Degene die tijdens deze wedstrijd wint is een jaar lang Nederlands kampioen en mag de rood-wit-blauwe trui dragen.

ORGANISATIE – Een organisatie is een stichting (of club) die evenementen zoals wielerwedstrijden organiseert.

PARA-CYLING – Een sport die speciaal is bedoeld voor mensen met een fysieke beperking. Op speciale fietsen kunnen zij ook de wielersport beoefenen.

PERMANENCE – De plek waar je voor een wedstrijd je rugnummers op kunt halen.

PISTE – Ander woord voor wielerbaan. Er zijn twee soorten wielerbanen: overdekt en onoverdekt. De ‘gewone’ wielerbanen liggen buiten en worden gebruikt voor het trainen op een racefiets. Ook zijn er in Nederland drie overdekte houten wielerbanen. Hierop kan je baanwielrennen. De wielerbanen in Nederland liggen in Alkmaar, Amsterdam en Apeldoorn.

PLOEGLEIDER – De ploegleider, ook wel ‘directeur sportif’ genoemd, regelt de zaken rondom een wedstrijd. Tijdens de wedstrijd zit hij in de ploegleiderswagen en rijdt hij samen met de mechanieker achter de wedstrijd aan. De ploegleider moet zorgen dat de renners hun taak goed uitvoeren en de doelen bereikt worden.

PROF – Een leeftijdscategorie in de wielersport. Je kan prof zijn vanaf je 23e. Prof A-renners behorend tot een Pro Tour Team (PTT)/UCI Professional Continental Team (PCT), UCI MTB Team of UCI Baan Team. Prof B-renners fietsen individueel of behoren tot een UCI Continentaal Team met een arbeidscontract conform artikelen.

RACEFIETS – Een racefiets wordt gebruikt voor het wielrennen op de weg. Een racefiets kun je herkennen aan de dunne bandjes en een krom stuur.

RAVITALLERING – Een ravitaillering is iets wat vooral voorkomt in grote wegwedstrijden, zoals de Tour de France. Halverwege de route staan de soigneurs langs de kant, die het eten aangeven in zakjes. Zo’n zakje heet ook wel een musette. Wielrenners krijgen dit omdat ze zelf niet genoeg ruimte in hun shirtje hebben om eten voor de hele dag mee te nemen.

RUGNUMMER – Een rugnummer is een plastic of papieren nummer dat je op je rug speldt. Hiermee ben je voor de jury goed te herkennen. Let er dan ook altijd op aan welke kant van het parcours de jury staat, zodat ze je nummer kunnen lezen.

RUST – Een heel belangrijk onderdeel van trainen is rusten; niets doen. Als je niet genoeg rust, kan je lichaam niet herstellen en wordt je conditie niet beter. Luister dus goed naar je lichaam en neem voldoende rust.

SOIGNEUR – De soigneur, of verzorger, regelt alles wat de mechaniekers en ploegleiders niet doen. Een soigneur vult de bidons, staat met etenszakjes langs de weg bij de ravitaillering en masseert na afloop van de wedstrijd de benen van de renners.

SPORTIEVE FIETSER – Vind je het heel leuk om te fietsen, maar wil je geen wedstrijden rijden? Neem dan eens een kijkje op de website van de sportieve fietser. Daar vind je allemaal nieuwtjes, fietsverhalen en tips!

SPORTKEURING – Keuringen zijn er voor jou als sporter. Zo is het mogelijk om bij het aanvragen van je licenties een medische keuring aan te vragen. Het advies is om over een medische geschiktheidsverklaring te beschikken vanaf je 18-jarige leeftijd. Dat kan altijd bij jou in de buurt en wordt meestal vergoed door je zorgverzekering. Bij een sportkeuring wordt gekeken of er geen belangrijke lichamelijke beperkingen zijn om te gaan sporten.

SPORTKLASSE – Een leeftijdscategorie in de wielersport. Vanaf 17 jaar / vanaf 30 jaar wordt de UCI categorie 'Master' op je licentie aangegeven, tenzij voor de categorie 'Sportklasse' gekozen wordt.

SPORTVOEDING – Sportvoeding is voeding die speciaal ontwikkeld is voor het sporten. Dit kan zowel poeder zijn wat je in je drank doet als een reep die je meeneemt voor onderweg. Sportvoeding vult je mineralen en suikers efficiënter aan dan reguliere voeding. Let wel goed op welke producten je gebruikt; niet alle producten zijn even goed en sommige kunnen zelf verboden middelen bevatten.

STARTHEUVEL – Bij het BMX’en wordt gestart vanaf een startheuvel. Dat is een hoge helling, waardoor de BMX’ers meteen veel vaart krijgen.

STRANDRACE – Zilte zeelucht, zuigend zand en altijd een flinke bries: dat is strandrace in een notendop. In het najaar en de winter veranderen veel stranden in ware racebanen voor strandracers. Een unieke variant op mountainbiken!

STUURBORD – Bij het BMX’en en mountainbiken heb je voor een wedstrijd een stuurbord nodig. Dit is een bordje dat je voor aan je stuur vast kunt maken. Op het bordje staat je nummer, waardoor de jury je kan herkennen.

SUR PLACE – Dit betekent ‘op de plaats’. De renners staan hierbij helemaal stil en proberen hun fiets in evenwicht te houden. Een sur place zie je vaak bij het baanwielrennen; het wordt dan gedaan om te zorgen dat de tegenstander vooraan komt te fietsen.

TOECLIPS – Vroeger, toen er nog geen klikpedalen bestonden, werd er met toeclips gereden. Dat waren bandjes die je over je voeten heen trok en vast maakte aan het pedaal. Tegenwoordig worden toeclips nog op de baan gebruikt, omdat de sprinters zo sterk zijn dat ze anders uit de pedalen zouden schieten.

TOUR DE FRANCE – De meest bekende en grootste wielerwedstrijd ter wereld. Drie weken lang rijdt een groot peloton door Frankrijk. De winnaar van de Tour de France krijgt  na de laatste etappe in Parijs een gele trui. In 2015 startte de Tour de France in Nederland, in Utrecht!

TRAINEN – Voor elke wielersporter is dit heel belangrijk; trainen. Door te trainen bouw je conditie op en kan je harder fietsen. Let wel op dat je niet te hard traint, want dan wordt je lichaam te moe en verbeter je niet meer.

TRANSPONDER – Een kleine chip die een signaal doorgeeft aan een ontvanger. In het wielrennen worden chips gebruikt om snel een uitslag van een wedstrijd te kunnen maken. Een chip kan je met tiewraps vastmaken aan de voorvork van je fiets.

UCI – De ‘Union Cycliste Internationale’, oftewel de Internationale Wielerunie. Deze organisatie bepaalt veel van de regels waar de nationale bonden aan moeten voldoen.

VELDFIETS – Een veldfiets wordt gebruikt bij de cyclocross. Een veldfiets lijkt op een racefiets, maar het frame heeft andere afmetingen, er worden andere remmen gebruikt en de banden zijn breder en met grover profiel. Dit heeft te maken met het terrein waarop de veldritfiets gebruikt wordt.

VELDRIJDEN – Modder, zand, sneeuw… Je snapt het al: veldrijders zijn niet bang om vies te worden. Ons motto luidt dan ook al jaren: No mud, no glory! Ontdek alles over deze winterse wielersport.

VERZEKERING – Wielrennen kan best gevaarlijk zijn. Zo kan je schade oplopen aan jezelf of aan je materiaal. Daarom is het altijd fijn om te weten dat je als lid van de KNWU altijd verzekerd bent!

VERZET – De versnelling op je fiets. Afhankelijk van hoe oud je bent, mag je met een bepaald verzet rijden. Het verzet heeft invloed op de afstand die je met één keer trappen kunt afleggen.

WEDSTRIJDLICENTIE – Om een wedstrijd te mogen rijden heb je een licentie nodig. Dit is een pasje dat je meeneemt naar een wedstrijd. Als je je licentie voor de wedstrijd afgeeft, dan ontvang je je rugnummer en na de wedstrijd bij het inleveren van je rugnummer krijg je deze weer terug.

WEGWIELRENNEN – Het wegwielrennen neemt binnen de wielersport al van oudsher een prominente plaats in. De eerste officiële wegwedstrijd vond plaats op 31 mei 1868 in Parijs. Vandaag de dag wordt bijna wekelijks een wedstrijd georganiseerd in Nederland. De KNWU-clubs organiseren vele wielerwedstrijden en wielertochten, ook op recreatief niveau.

WERELDBEKER – Een reeks van belangrijke internationale wedstrijden. Per wedstrijd kunnen renners punten verdienen. Aan het eind van het seizoen wordt een klassement opgemaakt en de renner met het meeste aantal punten heeft de wereldbeker van dat seizoen gewonnen.

WIELERBAAN – Er zijn twee soorten wielerbanen: overdekt en onoverdekt. De ‘gewone’ wielerbanen liggen buiten en worden gebruikt voor het trainen op een racefiets. Ook zijn er in Nederland drie overdekte houten wielerbanen. Hierop kan je baanwielrennen. De wielerbanen in Nederland liggen in Alkmaar, Amsterdam en Apeldoorn.

WK – Afkorting voor Wereldkampioenschap. Tijdens deze wedstrijd strijden renners uit heel de wereld tegen elkaar om de beste van wereld te zijn. Degene die tijdens deze wedstrijd wint is een jaar lang wereldkampioen en mag de regenboogtrui dragen. Hier zie je de Nederlandse wereldkampioenen van dit jaar

ZEEM – In je fietsbroekje zit een extra verdikking om het fietsen comfortabeler te maken. Door een zeem krijg je minder snel zadelpijn.

ZWIFT – Zwift is een online trainingsprogramma waar wielrenners online, in een virtuele wereld, met en tegen elkaar fietsen. Het wordt door vele gebruikers ook  wel gezien als een online fietscomputerspel.

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens. Hieronder kun je aangeven welke andere soort cookies je wilt accepteren. Wil je meer weten? Bekijk dan onze privacy pagina.