Tekst: Eric Bervoets
Zo af en toe stellen journalisten en wielerenthousiasten zich de vraag hoe het toch gesteld is met het Nederlandse wielrennen. Erg goed, is je indruk als je kijkt naar Mathieu van der Poel, Puck Pieterse en andere profs met een nu al onwereldse palmares. Verder hebben veel mensen zelf de racefiets ontdekt; de sport lijkt populair. Maar hoe ziet de dag van morgen eruit? Hoe zit het met de nieuwe aanwas? Hoe zit het met wielrennen als breedtesport? Dan zijn er ook grote zorgen. Hierover sprak ik met enkele sleutelpersonen in en rond WV Eemland, de KNWU en CyclingClass NL.
Foto: WV Eemland
De populariteit van het fietsen
Een echte wielerfan zal mopperen dat de koers alleen goed kan worden bekeken op Eurosport of op de Belg. Bij de NOS moet het cyclisme al snel het veld ruimen voor voetbal en schaatsen. Toch is het wielrennen populair, alleen op een andere manier. In de coronatijd, ontdekten velen de racefiets, maar weinigen werden ook echt lid van een club. Een kleine groep koos (al voor corona, maar wel aangewakkerd door de pandemie) voor een individueel lidmaatschap van de KNWU in plaats van lid te worden van een club. Volgens de geïnterviewden is dat type lidmaatschap niet gunstig voor het voortbestaan van verenigingen. Aan de andere kant, zo zagen we ook afgelopen zomer bij Eemland: instapkoersen zijn populair en in de regionale koersen kom je veel renners tegen met een individueel lidmaatschap of een daglicentie in bijvoorbeeld klasse 3.
Volgens Marco Postma (CyclingClass Nederland) loopt het aantal licentiehouders hoe dan ook terug en is er meer samenwerking tussen clubs nodig om het voortbestaan van de wielerclubs te waarborgen en ze sterker te maken. En volgens hem moet er ook een gedifferentieerd en passend wedstrijdaanbod zijn voor alle categorieën. Het sterk maken en houden van de regio’s en de clubs is in zijn ogen cruciaal om het hoge niveau van het huidige wielrennen in Nederland te kunnen handhaven op de langere termijn.
Foto: Eric Bervoets
Verdwijnen van koersen en verenigingen
Bij veel verenigingen daalt het ledenaantal en er zijn zelfs ook wielerverenigingen verdwenen of gefuseerd. In die zin is een wielervereniging als WV Eemland met een groot aantal leden (300 in november 2025, red) geen vanzelfsprekendheid. In de breedte lijkt het aantal leden bij de KNWU af te nemen.
En er verdwijnen ook steeds meer koersen, omdat wedstrijdorganisaties zien dat renners zich inschrijven en niet komen opdagen. Het jaar erop staat die koers dan niet meer op de kalender, omdat de organisatie ermee stopt. Dat beperkt het wedstrijdaanbod, nog los van de schaarste bij de politie om koersen te beveiligen. Ook dat is bepalend voor de afname van het wedstrijdaanbod.
Nieuwe aanwas
Hoe zit het dan met de profrenners van morgen? Er is volgens de geïnterviewden zeker talentvolle nieuwe aanwas. Voor het opleiden van nieuw talent is sinds 2021 CyclingClass Nederland (CCNL) opgericht om veelbelovende renners en rensters de kneepjes van het wielervak bij te leren. Vanaf 1 januari 2026 zijn er 10 deelnemers van CyclingClass actief in de World Tour, 20 op het Continentale niveau en 17 zijn er actief op clubniveau. Die aantallen veranderen volgens Postma uiteraard wegens de instroom en uitstroom. CCNL is een belangrijke schakel naar de topsport, maar volgens alle geïnterviewden moet ook in een laagdrempelige breedtesport worden geïnvesteerd om daarmee de kans dat nieuwe talenten worden ontdekt (en zichzelf ontdekken) wordt vergroot.
Volgens Marco moet je leren om topsporter te worden, maar ook leren dat er meerdere wegen zijn naar de topsport (vroeg rijp versus laatbloeier, denk aan een Annemiek van Vleuten of een Bauke Mollema ooit). Overigens merken de geïnterviewden wel op dat vroeg beginnen met wielrennen maakt dat de fietsbeheersing, waaronder de stuurvastheid, vaak veel beter is dan bij de zijinstromers.
Desgevraagd vinden de geïnterviewden dat je bij talentontwikkeling echt wel verschil moet maken tussen jongens en meiden. Jongens lopen in hun weg naar volwassenheid gewoon nog een poos mentaal en fysiek achter bij de meiden, dat is algemeen bekend, aldus van Henk van Beusekom (KNWU, Clubsupport). Daarmee moet je wat, wil je een goede begeleiding aanbieden. Wat volgens hem zeker kan helpen is om zo lang mogelijk jongens en meiden samen te laten trainen.
Laagdrempeliger
Stephan Bredewold (KNWU, wielertrainer en vader van Mischa) en Jaap van der Breggen (WV Eemland) voegen toe dat je niet te vroeg moet spreken over talenten. Zeker bij de jeugd en eigenlijk tot ongeveer tweedejaars junior moet je die term helemaal niet laten vallen. Dan kan tevens de indruk ontstaan dat je andere renners niet de moeite waard vindt. Van der Breggen wordt fel en zegt met vuur ‘Het uitrijden van een koers is niet niks dat vraagt wat van je. Of je nou vooraan of achteraan rijdt: petje af voor alle renners. Ik vind het zelf erg belangrijk dat we veel aandacht hebben voor de jongelui die gewoon lekker willen fietsen en geen ambitie hebben om topsporter te worden. Dat is gewoon het merendeel van de renners. Die moet je een leuke en mooie sport aanbieden, waar ze jarenlang mee vooruit kunnen’.
Foto: Eric Bervoets
Ouders en de vereniging
De geïnterviewden vinden het stuk voor stuk belangrijk om voortdurend te investeren in de wielervereniging en die te beschouwen als een soort gemeenschap. Veel wielerverenigingen zijn volgens Van Beusekom nog erg conservatief en roepen maar al te snel ‘bij wielrennen werkt dat niet zo’ als ze worden geconfronteerd met nieuwe ideeën of innovatie. Zij zijn nog veel te weinig
bezig met de ontwikkeling van een gezonde vereniging met voldoende vrijwilligers, enthousiaste bestuursleden en investering in de ouders. De ouders van de jonge renners zijn de visvijver voor nieuwe vrijwilligers en bestuursleden. Bredewold en Beusekom vinden dat een vereniging een veilige en prikkelende omgeving moet bieden op basis van steun en vriendschap. Daarbij spreken mensen elkaar ook aan als ouders (vaak vanuit enthousiasme) veel te veel druk op hun kinderen leggen. ‘Dan heb je kans dat jonge renners hun fiets op een gegeven moment in de schuur laten staan en nooit meer aanraken’. De druk vanuit ouders wordt door renners als vaak nog veel zwaarder ervaren dan die door de trainers. ‘Zo zijn veel wielercarrières in de knop gebroken’, aldus Van Beusekom. De verbondenheid moet er volgens Van der Breggen ook zijn bij wielerverenigingen onderling ‘Dat verenigingen renners weghalen bij andere verenigingen is eigenlijk heel erg jammer. Probeer zoveel mogelijk de jonge aanwas bij de eigen vereniging laten rijden, niet te snel dat topsportcircuit in.’
Beroepsrenner Stef de Jong (Diftar Continental Team) ziet de trend bij clubs en wielerploegen om op steeds jongere leeftijd te scouten en dat is in zijn ogen begrijpelijk voor de profploegen die het echt moeten hebben van (toekomstige) topsporters. Als jong scouten de standaard wordt, dan kan dat volgens Stef negatief uitpakken voor de (jonge) renners die gewoon lekker willen koersen en helemaal geen ambitie hebben richting de topsport. Voor die categorie moet het wielrennen aantrekkelijk blijven. ‘Je moet echt voorkomen dat die afhaken’.
Met te vroeg scouten zadel je jongeren bovendien met grote verwachtingen op, terwijl ze zichzelf nog aan het uitvinden zijn, aldus Bredewold. ‘Hun brein is nog in ontwikkeling en ze zitten nog midden in de puberteit. Daarom denk ik dat je wel je ogen moet openen voor nieuw talent, maar pas rond de juniorentijd echt serieus aan talentontwikkeling moet doen. Dan weet je wat voor kop erop zit en staan ze bewuster in het leven’, zegt Stephan.
Henk van Beusekom herhaalt dat het wielrennen laagdrempeliger moet. ‘Breng de sport onder de aandacht bij jongelui met een dikke bandenrace, met korting op materialen, met een gemeentelijke subsidie, maak het gewoon minder duur. En zorg dat die 95 procent die geniet van de sport en geen prof wordt ook lekker blijft fietsen tot bij wijze van spreken hun tachtigste.’
Plezier én prikkels tegelijk
Het plezier centraal, dat is het ‘geheim van Eemland’, zeggen Bredewold en Van der Breggen. Stef de Jong is het eens, maar benadrukt wel dat ambities en doelen stellen niet mogen verdwijnen. Voor een wedstrijdvereniging is het de kunst om een goede combinatie te vinden tussen plezier en ambities en dat doe je door te zorgen voor voldoende uitdaging (ook in de trainingen) en prikkels.
Stef begon naar eigen zeggen ooit vanuit plezier met wielrennen (pure lol). De ambities volgden later pas, mede door zijn veelvuldig contact met Darren van Bekkum (Astana, eveneens oud- Eemland). Ook kunnen ‘reflectiemomenten’ volgens De Jong zorgen voor een goede prikkel: een moment waarop je na de training of de wedstrijd uitgebreider met elkaar leermomenten bespreekt. Renners maken daarmee echt grote stappen, ervaart Stef. Wielrennen is slim zijn, ontwikkelen van koersinzicht en alleen hoge wattages kunnen fietsen is dan te beperkt.
Foto: WV Eemland
En dus?
Als wordt geïnvesteerd in een laagdrempelige breedtesport die het wedstrijdwielrennen aantrekkelijk maakt voor een breder publiek, dan is de koers voor de helft al gewonnen. Dan komen de nieuwe Puck of Mathieu echt wel bovendrijven en Cycling Class is dan een waardevol initiatief om de weg naar de topsport te plaveien. Het lijkt wel een boeddhistische wijsheid: waar je denkt druk uit te moeten oefenen (als ouder, vereniging of bond) moet je dat juist helemaal niet doen of op andere wijze door een veilige, prikkelende omgeving aan te bieden. Motiveren en verleiden in plaats van druk en veel te vroegtijdige talentontwikkeling. En hou (aldus Henk) in de gaten dat een jong lid van een wielervereniging misschien juist een goede baanwielrenner zou kunnen zijn in plaats van steeds maar op te leiden tot wegwielrenner. Dus als je dan zoekt naar ‘een nieuwe generatie’, blijf dan breed kijken is het advies. Maar begin ook niet direct over topsport en talentontwikkeling, is de les. De sportbeleving moet echt anders, om wielrennen toegankelijk te maken voor een breder publiek. Dat kan best zonder meteen al de nadruk te leggen op wattages, klasseringen en het uitzoeken van talenten. Het is gewoon de leukste sport die er bestaat en dat is voor veel lezers van dit artikel waarschijnlijk niet aan dovemansoren gericht. Gun het wielrennen een toekomst, want er is echt wel werk aan de winkel om die ook veilig te stellen!
Eric Bervoets schrijft regelmatig over wielrennen en is vrijwilliger bij WV Eemland in Amersfoort, Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Met Rene Leijen werkt hij aan een boek over 100 jaar WV Eemland. Eén van de hoofdstukken gaat over de toekomst van het wielrennen.
Met dank aan de geïnterviewden Stephan Bredewold, Henk van Beusekom, Jaap van der Breggen, Stef de Jong en Marco Postma allen op persoonlijke titel.