Magazine

De tofste BMX banen van Nederland

Jelle van Gorkom rijdt al enige tijd mee aan de top en won in2016 het zilver, tijdens de Olympische Spelen in Rio. Na een voor hem teleurstellende Spelen in Londen, wilde de Nederlander zich revancheren in Rio. Met in zijn achterhoofd dat hij niet meer de jongste is en ook nog maar de vraag of hij Tokyo zal halen, was dit voor hem de laatste kans. En met succes dus… Aan wie dan ook beter de vraag, wat de tofste banen van Nederland zijn!

Jelle: “Laat ik vooropstellen, dat ik door de professionalisering van onze sport en de faciliteiten op Papendal, helaas te weinig op klassieke BMX banen kom. Dit weerhoudt mij er echter niet van, dat ik een absolute mening heb over wat wel en wat geen goede BMX baan is.” Jelle rijdt voor de nationale selectie en rijdt dan ook zijn wedstrijden over de hele wereld en heeft veel verschillende banen gezien. De laatste jaren zijn de supercross banen extremer geworden en is het dan ook lastig om te trainen op een normale, klassieke baan. Voor Jelle staat dan ook met stip op één, de supercross baan op Papendal. Dit is de thuisbasis van de selectie en hier is Jelle dan ook regelmatig te vinden met het team. Sinds de Spelen in Peking wordt de baan op Papendal aangepast naar het parcours van de betreffende Spelen. Zodoende kan de selectie zich optimaal voorbereiden. Zoals de baan er nu bij ligt, zitten er dan ook nog stukken van Rio in. Jelle: “Ik vind Papendal een zeer snelle, uitdagende baan. Ondanks dat ik er elke dag train. Daarnaast heb ik hier altijd goede resultaten behaald. Ik denk dat dit type baan, heel goed bij mijn manier van rijden past. Er is ook veel ruimte voor inhaal acties.” Dus niet geheel onverwacht is voor Jelle Papendal de tofste baan van Nederland. Papendal was ook de eerste supercross baan van Nederland, met een acht meter heuvel. Inmiddels zijn er een aantal meer bij gekomen. Dit geeft rijders de mogelijkheid om te trainen op verschillende banen.

 

“Ik vind Papendal een zeer snelle, uitdagende baan. Ondanks dat ik er elke dag train."

Op plaats twee komt voor Jelle de baan in Vinkel, van FCC Nuland. “Ik ben hier vrij recent nog geweest en training technisch gezien is dit een hele leuke baan. Hier zit echt alles in, voor zowel de beginner, als de gevorderde BMX’er. Een pro sectie hoeft bijvoorbeeld niet altijd groot te zijn en extreem stijl en diep. Een voorwaarde moet wel zijn, dat hij goed ‘loopt’ en dat jong en oud erover heen kan.”

Voor Jelle staat Klazienaveen op de derde plaats. De baan waarop in 2015 het NK werd verreden. Voor hem is dit een logische stap op de baan van Vinkel, dit betreffende de moeilijkheidsgraad van de baan. De pro sectie is op deze baan ook iets groter en de baan heeft een snelle en technisch derde stuk. Jelle vindt ook de bochten een belangrijk onderdeel van een baan. Met name de laatste bocht in Klazienaveen, vindt hij er erg goed bij liggen. In Uithoorn is een nieuwe baan gebouwd en deze vindt de zilveren medaille winnaar van Rio er ook veel belovend uitzien. “Ik ben er zelf nog niet geweest, maar ik ben wel heel benieuwd.” In Wijchen is onlangs ook een nieuwe baan aangelegd en in Kampen heeft men vorig jaar ook een nieuwe baan gebouwd. Vorig jaar werden hier de Europese rondes verreden. De baan in Kampen heeft ook een acht meter heuvel, net als op Papendal.

"Kijk goed naar het niveau van je eigen leden en kijk dan naar de ambitie van de club."

Voor het (ver)bouwen van een baan heeft Jelle nog een aantal tips… “Kijk goed naar het niveau van je eigen leden en kijk dan naar de ambitie van de club. Maak de keuze of je regionaal, nationaal, of zelfs internationale wedstrijden wil organiseren. Maak de keuze of je een technische baan wil, waarbij je veel basisvaardigheden op kunt leren, zoals bijvoorbeeld de baan in Vinkel. Of maak de keuze voor een baan, met veel uitdaging voor de gevorderde rijder, zoals de baan op Papendal.” Deze keuzes moet je allemaal van te voren maken, bij het bouwen/bedenken van een baan. Dit zijn geen opties die je later kunt toevoegen aan de baan. “Neem bijvoorbeeld een pro sectie, die hoeft niet persé tien of elf meter te zijn. Een sprong van zeven of acht meter, die goed loopt en op volle snelheid gesprongen kan worden, in elke weersomstandigheden, is meer waard en net zo spectaculair. Daarnaast ben ik van mening dat de aanleg van een goede bocht vaak wordt onderschat. Mijn tip is dan ook, denk eerst na over de positie en bouw eerst een goede bocht en laat daar het stuk vervolgens op uitkomen en niet andersom!”

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens. Hieronder kun je aangeven welke andere soort cookies je wilt accepteren. Wil je meer weten? Bekijk dan onze privacy pagina.