Magazine

Happy cyclists perform better

Annemiek van Vleuten verruilde pas als twintiger haar voetbalschoenen voor de racefiets. Misschien verbetert de 35-jarige Gelderse zich daarom nog jaarlijks en beleefde ze in 2017 een absoluut topjaar. Haar trainer Louis Delahaije is ook een deel van het succes. Aan de hand van Van Vleutens vragen leren we meer over hun werkwijze.

Annemiek: Je bent een voorstander van hoogtestages en voor mij werkt die aanpak. Geldt dat voor elke wielrenner, mits hij/zij goed begeleid wordt?

Louis: “Ik denk inderdaad dat hoogtestages voor elke wielrenner werken. Erg belangrijk is dat de training aangepast wordt aan de hoogte en de manier waarop de individuele renner op die hoogte reageert. Hoogtestages gaan vaak fout omdat er vooral aan het begin van de stageperiode veel te hard getraind wordt.”

Annemiek: Kun je in 2019 de Tour de France winnen zonder hoogtestage?

Louis: “Ik denk het niet. Alle toppers doen tegenwoordig hoogtestages. Het niet doen van een dergelijke stage geeft je dan een bijna niet te overbruggen achterstand. Ik denk ook dat dezelfde tendens in het vrouwenwielrennen gaat plaatsvinden.”

"Ik ben er steeds meer van overtuigd dat, hoe beter de sporter zijn lichaam kent, hoe beter hij of zij zelf de training kan bijsturen."

Louis Delahaije

Annemiek: Happy cyclists perform better is een idee dat je belangrijk vindt. Volgens mij pas je daarom ook erg goed bij mij als trainer. Kun je uitleggen wat dit principe inhoudt? 

Louis: “Lang geleden lag mijn focus meer op data. Dat gaf me zekerheid. Nu gebruik ik data meer voor de controle achteraf en om de planning bij te sturen. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat, hoe beter de sporter zijn lichaam kent, hoe beter hij of zij zelf de training kan bijsturen. Door als sporter alleen op data te focussen, schakel je dit uit en haal je naar mijn mening niet het maximale uit je training. Ik probeer sporters hier dus ook bewust van te maken en hun training op basis van gevoel te sturen. Als je je in de training niet goed voelt, of na de training niet herstelt, zegt dat ook iets over je fysiek.”

Annemiek: Je hebt ervaring met het trainen van mannen en vrouwen. Train je vrouwen anders dan mannen en zo ja, waarom? 

Louis: “Ik denk dat voor mannen en vrouwen dezelfde trainingswetten gelden. Wel koersen de vrouwen iets minder vaak en zijn hun wedstrijden korter. Dat betekent dat de totale omvang van de training voor de vrouwen - 20 á 25.000 kilometer per jaar- iets lager is dan bij de mannen, die op 30 tot 33.000 kilometer uitkomen. Wat de inhoud betreft werk ik volgens het polarized trainingsprincipe: negentig procent rustige training en tien procent boven de anaerobe drempel. Dit geldt zowel voor mannen als vrouwen."

"Ik was heel erg onder de indruk van de snelheid."

Louis Delahaije

Annemiek: We werken samen sinds 2013. Daarvoor had je nog geen vrouwelijke wielrenster getraind. Op welk gebied heb je je mening of kennis bijgesteld?

Louis: “Ik heb met name mijn mening bijgesteld over hoeveel je moest trainen. Ik dacht altijd dat vrouwen veel te veel trainen voor de relatief korte koersen die ze rijden. Nu denk ik dat een hoge omvang toch nodig is. Ik denk ook dat de omvang de sleutel is tot beter worden, mits je het aankunt natuurlijk. Verder kon ik, voordat ik jou begeleidde, geen goede inschatting maken van het niveau. Daar kwam ik snel achter toen ik achter je reed bij het behalen van je eerste nationale tijdrittitel. Ik was heel erg onder de indruk van de snelheid.”

Annemiek: Hoe ben je als coach door de jaren heen anders gaan werken door voortschrijdend inzicht?

Louis: “Vroeger werkten we heel veel met de anaerobe drempel als uitgangspunt. De theorie was dat je daar net onder moest trainen en dat de drempel dan naar rechts verschoof zodat je een betere wielrenner werd. Daar ben ik van terug gekomen. Dit was gebaseerd op de Italiaanse school. Nu werk ik veel meer volgens een zwart-witprincipe: heel veel training onder je aerobe drempel en gedoseerd trainen boven je anaerobe drempel. Daarnaast snap ik veel beter hoe complex wielrennen is en welke bouwstenen je nodig hebt om de verschillende disciplines goed voor te bereiden.”