Magazine

'Het moderne wielrennen wordt vaak beslist in een afdaling’

Bas de Bever (51) kwam de laatste jaren voornamelijk in de belangstelling te staan als bondscoach van de BMX’ers. Zelf was hij echter jarenlang specialist op de downhill. Dus vroegen we De Bever of hij tips kon geven voor het rijden van een ideale afdaling.

De Bever was tijdens zijn topsportjaren elf jaar lang een downhiller om rekening mee te houden. Downhill is een discipline die onderdeel uitmaakt van de mountainbikesport. In 1996 werd hij derde op het wereldkampioenschap, dat jaar gehouden in het Australische Cairns. “De sport is te vergelijken met afdalen in het skiën”, vertelt De Bever. “Boven staat een starthok en onder ligt de finishlijn. Binnen Nederland kreeg ik weinig aandacht, want het is toch voornamelijk voetbal, wielrennen, zwemmen en misschien tennis. Vroeger moest ik altijd uitleggen dat downhill een onderdeel is van de mountainbikesport. Maar goed, ik moest vroeger ook altijd uitleggen wat BMX was. En dat hoeft tegenwoordig ook niet meer.”

De Brabander was vijftien jaar lang bondscoach van de BMX’ers en boekte grote successen met onder anderen Laura Smulders, Niek Kimmann en Jelle van Gorkom. Zelf begon hij als jonge jongen ook als BMX’er, maar stapte hij uiteindelijk over naar het afdalen. “Omhoog vond ik niets, maar naar beneden vond ik wel leuk. Ik ging een keer met vrienden naar de Ardennen en daar wezen ze me erop dat er wedstrijden waren in het afdalen. In Duitsland en België heb ik een paar lokale wedstrijden gereden en bleek ik het direct aardig te kunnen. Weer twee jaar later ben ik het wereldbekercircuit ingerold.”

De Bever beaamt dat offroad-afdalen niet zo gek veel verschilt van afdalen op een geasfalteerde weg. “De technieken die je gebruikt zijn goed met elkaar te vergelijken. Als je met snelheid op een bocht komt afrijden, dan is het niet per se anders. Je remt altijd voor de bocht, want in de bocht zelf moet je de rem juist loslaten. De snelheid die je uit de bocht wil meenemen, moet je namelijk ontwikkelen in de bocht zelf. Richting de bocht rem je hard met je voorrem. Dat klinkt tegenstrijdig, want tegen leken wordt vaak gezegd niet te hard je voorrem te gebruiken doordat het gevaarlijk kan zijn. Maar als je in een rechte lijn rijdt, dan kun je er met volle kracht in knijpen. Dan gebeurt er niets, maar sta je wel stil. Let wel: als het steiler is, moet je wel op het achterste deel van je zadel gaan zitten.”

Vooruitkijken
Twee vaste basisprincipes hanteert De Bever tijdens het afdalen: kijk vooruit en bepaal de snelheid die je wil aanhouden voordat je de bocht induikt. “Vooruitkijken klinkt heel simpel, maar er zijn veel mensen die dat niet doen en juist naar hun voorwiel staren. Zo weet je niet welke situatie je te wachten staat. Als je vooruitkijkt, dan anticipeer je daarop. En dan kun je de ideale snelheid makkelijker bepalen. Voordat je de bocht induikt moet je dus al weten wat je na de bocht kunt verwachten.”

Om je het kijken eigen te maken heeft De Bever praktische opdrachten om mee te oefenen. “Je kunt een paar pionnen neerzetten op een stuk asfalt. Vijf meter uit elkaar om er met de fiets doorheen te slalommen. Als je naar je voorwiel kijkt, dan zal je de eerste twee pionnen misschien niet raken, maar daarna lukt het niet meer. Kijk je verder vooruit, dan rijd je zo door de pionnetjes heen. Dat klinkt simpel, maar het kan een hele effectieve oefening zijn om beter te worden in afdalen.”

Julian Alaphilippe

Het zijn volgens De Bever de twee handelingen die ervoor zorgen dat, als je je eraan houdt, er niets fout kan gaan. Maar dan is er nog de kwestie angst. Zoals Thibaut Pinot vroeger angst had tijdens het afdalen, zo rijden er ook honderden recreanten met een verkrampt lichaam naar beneden. “Op een gegeven moment kom je voor je gevoel op een snelheid waar je niet alles meer onder controle hebt. Dan moet je vooral in je comfortzone blijven, dus ga geen gekke dingen doen. Als je boven je limiet gaat fietsen, dan ga je twijfelen en kun je de handelingen die je moet doen niet meer naar behoren uitvoeren. Als tien kilometer per uur jouw comfortzone is, dan moet je vooral daarin blijven. Hoe vaker je afdaalt, hoe sneller je de angst kunt overwinnen. Je hoeft de Tour de France niet te winnen en schaam je niet als je minder snel naar beneden gaat dan anderen.”

Spiegel je dus vooral niet aan Julian Alaphilippe, die met adembenemende afdalingen de wielerfans definitief voor zich wist te winnen tijdens de Tour de France. “Het moderne wielrennen wordt vaak beslist in een afdaling. Ik heb het er weleens over gehad met Niki Terpstra, tijdens een boottochtje op Curaçao. Waarom traint een prof zoveel bergop, maar vergeet hij de afdaling? Niki is een moderne renner en trainde er wel op. Maar hij zei ook dat er nog meer aandacht aan geschonken mag worden.”

 Tips voor afdalen:

  • Kijk altijd vooruit
  • Oefen indien nodig met pionnetjes om het kijken te bevorderen
  • Bepaal voor het ingaan van de bocht de snelheid die je wil aanhouden
  • Blijf in je eigen comfortzone

 

Foto's: Cor Vos

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens. Hieronder kun je aangeven welke andere soort cookies je wilt accepteren. Wil je meer weten? Bekijk dan onze privacy pagina.