Magazine

Hoe Nederland succesvol is in het veld

De teams, de wedstrijden, het geld. In het veldrijden lijken alle cruciale factoren in Vlaamse handen. Toch bokst Nederland vanuit een forse underdogpositie heel goed op tegen onze zuiderburen. Op EK’s en WK’s weet oranje soms zelfs te domineren. Afgelopen WK-weekend heeft Nederland 8 uit 18 medailles gewonnen. Hoe is het mogelijk om met veel minder middelen, nauwelijks internationale wedstrijden en geen enkel groot professioneel team zo veel tegenstand te kunnen bieden? We maakten een rondje langs de Nederlandse velden.

"Ik denk dat het succes bij de vrouwen simpelweg begint met het hebben van een grotere kweekvijver."

Gerben de Knegt

Gerben de Knegt kan niet anders dan toegeven dat hij heel tevreden is met de stand van zaken bij de Nederlandse veldrijders. Maar begint met een nuance: “Ik denk dat de dominantie van de Nederlandse veldrijders het grootst is in de vrouwencategorie. Bij de mannen heb je toch een ander verhaal als je Mathieu van der Poel weg haalt. Daar heeft België met name in de breedte meer slagkracht, al kunnen we naast Mathieu ook Corné van Kessel, Lars van der Haar en Joris Nieuwenhuis in de strijd om de top 10-plekken naar voren schuiven. Maar de Belgen hebben meer podiumkandidaten. Voor de toekomst is het afwachten of we daar nieuwe aanwas krijgen. Bij de beloften delven we wel het onderspit. Op dit moment zijn Ryan Kamp en Jens Dekker de enige renners die met de top kan wedijveren in die categorie en ook het potentieel tonen om de stap naar de betere elite-renners echt te kunnen gaan maken. Maar het is waar dat we op kampioenschappen de afgelopen jaren een zekere dominantie konden tonen. En met het talent dat we hebben, vaak optimaal konden scoren.

Bij de vrouwen eiste Nederland op het EK en WK het gehele podium bij de beloften-vrouwen op. Bij het EK elite-vrouwen hetzelfde verhaal en op het wereldkampioenschap in Bogense was Nederland in de breedte sterk, maar werden de oranje rensters afgetroefd door de Belgische Sanne Cant. De Knegt: “Ik denk dat het succes bij de vrouwen simpelweg begint met het hebben van een grotere kweekvijver. Al vanaf de jeugd is er bij ons een grote belangstelling van meisjes voor het crossen en dat blijft eigenlijk voortduren. We hebben verder een goede structuur voor talentherkenning, ook dankzij onze regionale trainingspunten die verspreid zijn over het hele land. Als een renner in zijn eigen regio opvalt, dan kunnen we die snel oppikken en door laten stromen naar de talentengroepen. Dat kan in één van onze regionale competities zijn, maar ook in landelijke crossen. We hebben daarmee iedereen wel in beeld. In andere landen ontbreekt die structuur vaak. In Vlaanderen krijgen de enkele talenten veel kansen, maar val je buiten een ploeg, dan moet je het snel zelf uitzoeken. En in de ploegtrainingen bij onze zuiderburen is er niet altijd oog voor het individu. Ik denk dat we het al met al goed doen. Je hebt natuurlijk ook nog eens te maken met het feit dat de successen ook weer leiden tot grotere interesse voor het veldrijden. We hebben weinig te klagen op dit moment."

"Een stevige competitie voor alle categorieën zou in eigen land ook goed zijn."

Gerben de Knegt

De Knegt heeft ook wensen
Maar je moet altijd kritisch blijven kijken, vindt De Knegt. “Ik zie graag meer Nederlandse teams – of in ieder geval één groot team – om zo meer Nederlandse talenten een kans te geven op het hoogste niveau. Als je nu als Nederlander naar een Belgisch team wil, moet je wel echt aanmerkelijk beter presteren dan een Vlaming om die kans te krijgen. Wel hebben we in Nederland veel te danken aan de qua budget kleinere teams die wel aan opleiding doen zoals het Orange Babies Cycling Team van ZZPR.nl en het APB Team, waar crossers ook de ruimte krijgen. Ook kunnen we meer Nederlandse wedstrijden op het hoogste niveau gebruiken. Zodat renners ook in eigen land de degens kunnen kruisen met de buitenlandse concurrentie. We werken in Nederland sowieso met een toestemmingsbeleid als het gaat over rijden in het buitenland voor de jongeren-categorieën. Dat is ook om de Nederlandse wedstrijden te beschermen en te voorkomen dat iedereen in Vlaanderen gaat rijden. Natuurlijk ontwikkel je daar tussen je beste leeftijdsgenoten het best, maar je moet wel eerst een bepaald niveau halen om daar ook daadwerkelijk iets te zoeken te hebben. Dus dat gaat vaak op voorspraak van een regiocoach. Een stevige competitie voor alle categorieën zou in eigen land ook goed zijn. De Zwitsers hebben de EKZ Cross Tour en de Fransen de Coupe de France. Dat zorgt niet alleen voor meer internationale concurrentie dicht bij huis, maar geeft ook de mogelijkheid een mooi resultaat te behalen tegen een leuke vergoeding. In Zwitserland en Frankrijk rijden ook veel crossers rond die niet per se tegen Van der Poel en Iserbyt hoeven te rijden, maar wel een boterham kunnen verdienen als veldrijder in eigen huis. Bij ons is het aantal internationale wedstrijden momenteel laag. Rucphen heeft afgelopen maand het NK georganiseerd, Rosmalen slaat over, Huijbergen is meestal een nationale cross tegenwoordig en Surhuisterveen is van de kalender. Naast Gieten (Superprestige) en Hoogerheide (wereldbeker) houd je dan eigenlijk alleen de Kiremko Nacht van Woerden over. Dat is best mager als je kijkt naar hoe we presteren momenteel.

De Knegt roemde al de regionale trainingen. Waar het trainingspunt in Alphen - waar Gerben de Knegt zelf de scepter zwaait - vooral bedoeld is voor de talent- en topsportgroepen, zijn er ook punten in Moergestel (met name jeugd), Norg, Hattem, Rossum, Wijchen en sinds kort in Zoetermeer. In Hattem treffen we bij zo’n regionale training met Martin van Dijk één van de voorgangers van De Knegt als bondscoach. Van Dijk legt veel van de eer van de huidige trainingen neer bij Bert Jan Hamer, die de renners met de fiets begeleid tijdens de oefeningen. De Kampenaar brengt zelf heel veel ervaring mee en voelde zich nooit te groot om na zijn periode als bondscoach ‘gewoon’ weer als regiotrainer aan de slag te gaan. “Ik heb ook wel wegrenners begeleid, maar in het veld kun je veel persoonlijker 1 op 1 van invloed zijn op de ontwikkeling van een renner. Op de weg zijn ze altijd in een groep en zijn er veel meer andere begeleiders betrokken.” Hoewel er ook in het Twentse Rossum en in het Drentse Norg getraind wordt, komen de veldrijders op zo’n woensdag uit Gelderland, Overijssel, Drenthe en Friesland. “Zo’n dertig is eigenlijk het maximaal haalbare. De parcoursen zijn vaak smal, anders krijg je zo’n lange optocht en raak je elkaar eerder kwijt” zegt Van Dijk. Hij heeft met Annemarie Worst (Nunspeet) in haar trui van Europees kampioene een vaste bezoekster van naam present op zijn trainingen. Maar ook de internationaal rijdende Manon Bakker is een vaste waarde, terwijl voormalig wereldkampioen junioren Jens Dekker ook vaak aanwezig was op deze regionale training. “Het is juist mooi dat de jonge talenten zij aan zij met de bekendere renners en rensters kunnen rijden. En ook kunnen leren van ervaren crossers als Gert-Jan Bosman en Bart Barkhuis die hier ook kind aan huis zijn. We hebben nu veel jonge rensters in de groep, die elkaar opzoeken. Hoewel ik ook wel eens streng moet zijn - we zijn hier om te trainen – is het leuk om te zien dat er telkens nieuwe aanwas komt.

Opleiding dankzij Orange Babies CT
Voor Frank Groenendaal is het vanzelfsprekend dat hij zich al jaren met zijn teams Parkhotel Valkenburg- Destil-Orange Babies en ZZPR.nl- Orange Babies inzet voor de opleiding van Nederlandse veldrijders. De neef van voormalig wereldkampioen Richard – die als trainer/adviseur aan het team verbonden is – stoomde met zijn team al tal van talenten klaar voor de top. De afgelopen jaren zag hij Ryan Kamp (derde op het WK junioren in Valkenburg en kersvers wereldkampioen bij de beloften) en Inge van der Heijden (voormalig wereldkampioene beloften-vrouwen) doorstromen naar grotere teams. Maar soms ook staat hij klaar voor renners die door zo’n team aan de straat zijn gezet. Onlangs bood hij Jens Dekker nog onderdak toen deze weg moest bij de teams van de broers Roodhooft. “Wij vinden het leuk om het talent van jonge veldrijders vroeg te signaleren en proberen ze daarna zo lang mogelijk te behouden. Dankzij Parkhotel Valkenburg en Destil kunnen we dit jaar ook de beloften en elite-renners langer aan ons team binden. Terwijl de junioren en junior-vrouwen bij ZZPR.nl-Orange Babies onderdak vinden. Het blijft voor mij een droom om nog eens een volwaardig profteam te hebben in het veld, maar je moet dan opboksen tegen grote Belgische teams met enorme budgetten. Op dit moment kunnen we die strijd niet aan, maar troostten we ons met de gedachte dat we toch een belangrijke rol vervullen voor het Nederlandse veldrijden. Op het moment dat er nog niemand of niemand meer geïnteresseerd is in veldrittalenten zorgen wij dat het hen qua begeleiding, materiaal en advisering aan niets ontbreekt. Zodat zij hun grenzen kunnen opzoeken. Dat gebeurt bij ons zonder druk. Inzet is het belangrijkst. Als wij iets in zo’n crossbelofte zien, mag hij gerust fouten maken of een iets mindere periode doormaken, die tijd krijgt men bij ons. Dat kan ik die renners bieden dankzij een gedreven begeleidingsteam en sponsoren, die ook oog hebben voor het lange termijneffect.

Foto's: Cor Vos

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens. Hieronder kun je aangeven welke andere soort cookies je wilt accepteren. Wil je meer weten? Bekijk dan onze privacy pagina.