Magazine

“Ik moet leren geloven in een titel”

Judy Baauw liet zich vorig jaar al opmerken. Genoeg om de overstap naar de nationale BMX-selectie van bondscoach Bas de Bever te mogen maken. Deze transfer zag de Gelderse beloond worden met een stabiel seizoen op hoog niveau. Baauw is momenteel achter Laura Smulders de nummer twee van de UCI-ranglijst en stond al op de podia van verschillende wereldbekers. “Ik vind het soms zelf lastig te beseffen dat ik echt bij de besten van de wereld hoor, maar moet leren geloven dat een titel behalen mogelijk is.”

Baauw is een generatiegenoot van Elis Ligtlee, die inmiddels met groot succes de overstap maakte naar de wielerpiste, maar had na een sterke periode in de jongere categorieën enkele jaren nodig om haar neus aan het venster te steken in de elite-categorie van haar BMX-sport. “Vorig jaar ging het goed en liet ik zien finaleplaatsen te kunnen halen tussen de wereldtop. Ik ben alleen nu wat constanter geworden” zegt de Gelderse er zelf over. De overstap naar de nationale ploeg gaf meer rust en balans in haar bestaan. ‘Ik was tot vorig jaar naast het sporten ook actief als fysiotherapeut. Er moest immers brood op de plank komen. Dat ik nu fulltime met de sport bezig ben, is beter voor de balans sport en rust. Maar voornamelijk rond de wedstrijden is er veel van me afgevallen. Tot vorig jaar boekte ik zelf mijn vluchten en mijn hotels en had ik veel energie nodig om alles zo efficiënt mogelijk te plannen. Die zaken worden nu allemaal door de mensen van de KNWU overgenomen. Ik hoef nu ‘alleen’ maar te presteren. Dat is wel prettig en de waarschijnlijke reden voor mijn ontwikkeling.”

Geloof in eigen kunnen

Ze lijkt weinig aanpassingsproblemen te hebben in de topsportgroep van De Bever, wanneer je kijkt naar haar resultaten. “Toch was het in het begin best even wennen, je komt in een andere omgeving en je krijgt met andere trainingsmethoden te maken. Het is dan wel eens moeilijk los te laten wat voor jezelf altijd goed voelde. Maar inmiddels is dat vertrouwen er. Waar we nog wel aan werken, is het geloof in eigen kunnen. Ik vind het soms zelf lastig te beseffen dat ik echt bij de besten van de wereld hoor, maar moet leren geloven dat een titel behalen mogelijk is. Maar dat gaat elke wedstrijd – met elk mooi resultaat vooral – beter.” Een ander aspect wat de aandacht heeft is haar start. “Die is soms nog te wisselvallig. Een start kan het verschil betekenen tussen direct meedoen voor de prijzen of net daarachter jezelf naar voren moeten knokken. Maar ook op dat terrein zetten we stappen.”

Met ambitie naar WK

Baauw ging met Niek Kimmann eind mei alvast drie dagen het parcours in Baku bekijken. “Ik kan in principe op alle parcoursen goed uit de voeten. Maar het WK is een belangrijke wedstrijd en dan vind ik het prettig om de baan al eens gezien te hebben. Ik was er voordien nog nooit geweest.” Wanneer ze terug keert in Azerbeidzjan voor het WK, dan zal dat met ambitie zijn. “Ik heb dit seizoen laten zien dat ik finales kan halen, podiumplaatsen kan bereiken en ook wel mag dromen van winnen. Als dat in al die goed bezette wedstrijden lukt, dan kan het ook op het WK. De knop moet om: ik wil er alles aan doen om een optimaal resultaat te halen. Ik ben niet voor niets de nummer twee van de wereld.”