Magazine

Kilometervreter Robert Spoek

Pas rond zijn 37ste ontdekt Robert Spoek (50) de fiets. Daarvoor was hij een verdienstelijk hardloper. Sterker nog, hij werd ooit nationaal kampioen op de atletiekbaan. Blessures dreven hem echter in de richting van het stalen ros. Daar is hij in figuurlijke zin niet meer van af te slaan, want Spoek reed in 2018 liefst 27.000 kilometer.

"Ik train altijd gericht. Dus niet alleen om kilometers te maken, want ik wil ook op deze leeftijd nog beter worden.”

Robert Spoek

In 2019 zal Spoek aan minder kilometers komen, maar meer dan genoeg om met recht een kilometervreter genoemd te worden: 24.000. Door twee ongelukken kon hij een tijdlang niet fietsen, maar gemiddeld zit hij dit jaar nog altijd aan zo’n 65 kilometer per dag. Spoek: “Ik train meestal alleen. Ik werk drie dagen in de week en heb dus genoeg tijd om te trainen. Ik vind het bovendien heerlijk om rond vijf uur op te staan en een uur later al op de fiets te zitten. Er zijn weinig mensen die op dat tijdstip met me mee willen. Ik train altijd gericht. Dus niet alleen om kilometers te maken, want ik wil ook op deze leeftijd nog beter worden.”

Buienradar
In wedstrijdverband rijdt Spoek enkel nog tijdritten. Hij heeft zich nooit fijn gevoeld bij het gedrang in het peloton en bovendien past tijdrijden beter bij de sport die hij vroeger beoefende: hardlopen. “Ik heb op hoog niveau hardgelopen. Ik ben Nederlands kampioen geweest op de achthonderd meter. Tijdrijden kun je ergens wel vergelijken met die discipline. Het is individueel en de inspanning is makkelijk in te delen. Ik pak het serieus aan en ben veel bezig met mijn gezondheid, maar ook met mijn materiaal. Ik rijd sinds twee jaar bijvoorbeeld al mijn tijdritten met één versnelling. Waarom? Dat vragen meer mensen aan me, haha. Toch zit er een gedachte achter: ik vind het fijner om zo min mogelijk keuzes te hebben tijdens een tijdrit.” In 2018 eindigt Spoek als eind veertiger achtste op het Nationaal kampioenschap 40+. “Ik rijd tijdritten aan ongeveer 43 kilometer per uur. In Duitsland doe ik al zo’n negen jaar mee aan een laagdrempelige tijdritcompetitie. Tien tijdritten over twee glooiende parkoersen. Daar wordt een algemeen klassement uit opgemaakt en kan ik mijn progressie ieder jaar toetsen. Ondanks mijn leeftijd word ik nog beter. Deels doordat ik meer train en deels doordat ik langer aan wielrennen doe. Een training die ik regelmatig uitvoer: vijf keer zes minuten op mijn omslagpunt met tussendoor drie minuten pauze. Ik laat me nooit weerhouden door slecht weer, enkel als het te gevaarlijk is. Maar ik ben niet zo van Buienradar, zeg maar.” Spoek wil benadrukken dat toen hij zijn hardloopschoenen inwisselde voor de racefiets, hij nog lang niet zo hard fietste als nu. Hij wil ermee zeggen dat door hard te trainen vrijwel iedereen zo ver kan komen als hij. “Mijn passie voor wielrennen is vooral voortgekomen uit de blessures die ik opliep als hardloper. Ik heb alles kapotgelopen. Ik kreeg een hernia en dan is het op een gegeven moment gewoon klaar. Van de ene op de andere dag ben ik gestopt en gaan fietsen. Ik had niet direct de kracht in mijn benen om lang aan hoge snelheid te fietsen, maar ik had door mijn verleden als hardloper wel een uitstekende conditie. Nog steeds heb ik een maximale zuurstofopname van rond de zeventig. Dat is behoorlijk goed voor iemand van mijn leeftijd.”

"Een week lang in een all-inclusive hotel zou ik pas verschrikkelijk vinden, want ik kan nog geen vijf minuten op een strandbedje liggen.”

Robert Spoek

Iban Mayo
Ook de mooiste scherprechters uit het wielrennen zijn Spoek niet onbekend. De Alpe d’Huez spreekt hem niet aan, maar de Mont Ventoux des te meer. Dat hij een uitmuntende VO2max heeft, blijkt wel uit zijn toptijd op de Kale Berg. Hoewel hij zelf geen klimmer zegt te zijn, ligt zijn toptijd op de Mont Ventoux rond 1 uur en vijftien minuten. Ter vergelijking: de snelste tijd ooit op de berg in het departement Vaucluse is van de Spaanse dopingzondaar Iban Mayo: 55 minuten en 54 seconden. “Ik baal er wel van dat ik die tijd vóór Strava reed. Ik werk er ook hard voor. Naast de trainingen in Nederland ga ik gemiddeld twee keer per seizoen in mijn eentje op trainingskamp. Meestal naar de Algarve. Dan is het minstens twee weken lang trainen, slapen en eten. Ik leef daar als een prof en maak dagen van zo’n vijf tot zes uur. Het voordeel aan Portugal is dat het glooiend is. Daar raak ik van in vorm, want je houdt continu spanning op de benen. Ik vind er met het oog op het tijdrijden ideale trainingsomstandigheden. Het is best zwaar, maar het voelt als vakantie voor me. Een week lang in een all-inclusive hotel zou ik pas verschrikkelijk vinden, want ik kan nog geen vijf minuten op een strandbedje liggen.” Rest de vraag: wat voor wissel trekt Spoeks hobby op zijn gezinsleven? Niet veel, zo blijkt. “Mijn vrouw Grete Koens is bondscoach van de atleten. Ze begeleidt alle Nederlandse hardlopers boven de achthonderd meter. Ik ben daardoor hele periodes alleen thuis, omdat mijn vrouw vaak op pad is voor haar werk. En het scheelt dat we geen kinderen hebben en ik weinig slaap nodig heb. Als mijn vrouw thuis is, zorg ik ervoor dat ik er ook ben. Ik spar weleens met haar over mijn trainingsschema’s, maar in principe vogel ik dat voornamelijk zelf uit. Mede door het lezen van interviews met profrenners. Ik ben fan van Tony Martin en door hem ben ik nog vaker op mijn tijdritfiets gaan trainen. Ik zal er alles aan blijven doen om beter te worden.”

Foto's: Christiaan van Doorn

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren. Daarnaast vragen we je toestemming om analytische cookies en marketingcookies te plaatsen. Daarmee meten we het gebruik van deze website en kunnen we ons aanbod beter afstemmen op jouw voorkeuren. Deze cookies verzamelen persoonsgegevens. Geef hieronder aan welke cookies je wilt accepteren. Meer weten? Bekijk onze privacypagina.