Magazine

Leermeesters met bondscoach Hugo Haak

Eigenlijk zat Hugo Haak nog middenin zijn meelooptraject als assistent van de vorige bondscoach Bill Huck, toen de voormalig topsprinter gevraagd werd het stokje van de Duitser over te nemen. Met steun van de renners – met wie hij vaak zelf nog gefietst had – besloot hij de uitdaging aan te gaan. En voelt hij zich bevoorrecht te mogen werken met deze kandidaten voor olympisch eremetaal. “Maar het heeft wel geduurd tot ná het WK in Polen voordat het echt geland was dat ik nu de bondscoach van de baansprinters ben.”

“Ik werd natuurlijk bondscoach tijdens het seizoen, dan zit je in een flow van werken naar het wereldkampioenschap toe. Je bent gefocust op hetgeen je daar bereiken wilt. Ik moet zeggen dat ik na het WK pas echt goed door had dat er best veel gebeurd was in het halve jaar voordien.  Toen kwam het echt binnen. En als je een plan gaat maken richting de Olympische Spelen, realiseer je jezelf dat jij degene bent die dit gaat beslissen en uitvoeren. Op dat moment ben je bezig. In september vertrok Bill. Van het ene op het andere moment word je dan naar voren geschoven onder het mom van ‘we beginnen aan het wereldbekerseizoen, jij bent de vervanger’.  Dan ga je van wereldbeker naar wereldbeker en vervolgens naar het WK. Pas toen ik erover na kon denken, landde het echt. Nu weet ik niet beter.

 

Het oorspronkelijke idee was een meelooptraject voor drie jaar aan te gaan aan de zijde van Bill Huck. Ik zou tot Tokyo meelopen en dan zouden we verder kijken. Het NOC*NSF vond het belangrijk dat er aan de toekomst werd gewerkt, maar ook zij hadden geen idee dat dit zo snel gebeuren zou. Er zijn bepaalde sporten waar topcoaches schaars zijn. In het wegwielrennen heb je redelijk veel keuze, maar in het baanwielrennen is dat aanbod beperkt. Dus als je een coach moet hebben, moet deze vaak uit het buitenland komen. Dat kost ook veel geld. Daarom werd er gedacht ‘we gaan een Nederlander opleiden om te kijken of hij het programma ooit zou kunnen runnen’. Achteraf was het wat korter dan gedacht. Ik ben met Bill begonnen toen hij net een half jaar in dienst was. Toen had hij al twaalf á dertien atleten onder zijn hoede. Dan heb je ook best wel hulp nodig ook. Wij zijn redelijk intensief samen begonnen als begeleider voor de groep. Er werden taken verdeeld. Dat maakte dat de stap die ik in november 2018 heb gemaakt ook wel wat kleiner. Ik deed al wel redelijk veel met Bill samen.

De uitdaging aangegaan

Ik was als sporter nooit zo bezig met die ambitie om coach te worden. Op verzoek van Harrie Lavreysen ben ik mee gegaan naar het EK voor beloften, toen was René Wolff net vertrokken en ze zochten iemand die zijn rol daar kon overnemen. Toen was de vraag nog: ga ik door met mijn eigen carrière? Ik heb toen eerst bewust zelf de beslissing genomen om te stoppen, pas daarna is dat aanbod van het NOC*NSF op mijn pad gekomen. Ik wilde mijn eigen loopbaan bewust afsluiten. Achteraf gezien ben ik mentaal na het missen van de Olympische Spelen in Rio in 2016 al klaar geweest met het wielrennen. Daarna heb ik nooit meer dezelfde drive of passie gehad die ik daarvoor had. Ik had het 2 á 3 maanden moeilijk gehad met het net missen van die Olympische Spelen . Dat was eigenlijk een soort rouwproces. Daarna heb ik doorgetraind zonder de echte overtuiging nog iets te bereiken. Dan komt er een moment dat je gaat denken ‘wanneer moet je nou stoppen’ . Daar kwam een knieblessure bij. Zo werd het een combinatie van factoren, maar alles bij elkaar was het tijd om te stoppen. Anders had ik misschien langer getwijfeld. Het is ook best wel eng om te stoppen als sporter, zeker op jonge leeftijd. Maar die keuze moet je op een gegeven moment wel een keer maken. Daarna is het aan jezelf om nieuwe doelen te stellen en uitdagingen te vinden en daar dan in uit te blinken.

Ja, dan zijn je voormalige teamgenoten opeens de mensen waar jij als coach mee gaat werken. Het is met name een groot voordeel om te werken met sporters waar je mee op de fiets hebt gezeten. Omdat je ze heel erg goed kent. Je weet wat ze nodig hebben. Je weet ook hoe je ze extra kunt motiveren. Dat deed ik als renner ook. In de teamsprint pushte ik Jeffrey Hoogland en Nils van ‘t Hoenderdaal om beter en beter te worden in de training.  Daarmee vergrootte ik mijn eigen kansen op succes op de teamsprint immers ook. Dat motiveren doe je later als coach ook.  Ik denk wel dat je er open voor moet staan en enige aanleg voor moet hebben, anders werkt dat niet. Het meeste vertrouwen gaf me dat de groep zei dat ik hun steun had.

Terugblik op eigen topsportcarrière

Hoe mijn eigen loopbaan als renner begon? Ik trainde in Amsterdam bij Carolien van Herrikhuyzen, dat was twee keer in de week. Op uitnodiging van Jan de Graaf ben ik toen een eerste interland gaan rijden. Die verliep redelijk succesvol. Toen zijn Matthijs Büchli en ik naar Papendal gekomen, dat was de opstart van een baanprogramma onder leiding van Peter Zijerveld en Jabik-Jan Bastiaans. Wij waren de eerste twee sprinters die daar full-time gingen wonen Ik reed eerst op de weg. Maar deed mee met een clinic van de KNWU en daarna meldde ik me aan voor het NK. Daar werd ik derde op de keirin en tweede op de sprint bij de junioren. Toen kwam het besef dat ik dit leuk vond, dat ik dit doen ging. Het was het einde van de periode dat Theo Bos succesvol was, dat kreeg ik nog mee. Vanaf 2009 ben ik me meer en meer op de baan gaan richten.

Ik heb met name René Wolff als bondscoach mee gemaakt. Hij kam in januari 2010 en was al aanwezig op het NK in 2009 om kennis te maken. Toen zei hij direct dat ik bij hem in de groep kwam. Ik denk dat het heel jammer was dat hij weg ging. Maar er zaten redenen achter die beslissing. Zijn vertrek heeft ervoor gezorgd dat de faciliteiten verbeterd werden en het opende de ogen bij de atleten dat ze ook zelf na moesten denken over wat ze deden. Dus niet alleen klakkeloos de schema’s van de coach uitvoeren. Hij heeft de basis gelegd in de groep. Ook als je kijkt naar hoe de groep met elkaar omgaat en met elkaar traint. Hij heeft het fulltime programma opgebouwd, dat trek ik nu in zijn lijn verder door. Ook de begeleiding tijdens een wedstrijddag – heel intensief – heb ik van hem overgenomen. Dat werd door veel atleten gewaardeerd.

Op een gegeven moment was het programma eraan toe om een volgende stap te zetten. Het kon nog beter dan hoe het was. Dat er meer onderlinge strijd kwam voor je plek is één van de factoren waarom we succes hebben. Die strijd moet er wel in gezonde mate zijn, maar ook op training wordt er nu vaker tegen en niet met elkaar gereden. De mensen van BEAT trainen met ons. Ze heten anders, maar we zijn één groep die het met hetzelfde doel doet. De sfeer is competitief maar vriendelijk. Ik ben blij met de aanwezigheid van BEAT, zij zorgen voor meer startplaatsen op wereldbekers. Als we alleen maar als nationale ploeg in wereldbekers starten, komt er minder van talentontwikkeling. Er zijn dan minder startplekken op de sprint, omdat deze gaan naar de renners die beter zijn dan de rest. En als de anderen geen uitzicht hebben op wereldbekers, geeft dat minder motivatie. En dat gaat ook ten koste van de kwaliteit op training. Nu hebben we 4-5 mannen die zich kunnen voorbereiden op wereldbekers. Dan gaat het volle bak.

"Het maakt niet uit wie er mee gaat, de besten gaan mee en dus rijden we de snelste tijd."

Hugo Haak

Talentvolle sprintselectie

De ontwikkeling gaat maar door van deze groep. Vier of vijf jaar geleden dacht je dat het niet harder kon dan 9,8 op de kwalificatie van de sprint. Nu rijdt Jeffrey 9,4. Met 41,9 in de teamsprint zijn we wereldkampioen geworden. Iedereen is zich ervan bewust dat de Engelsen nog een stap gaan maken zoals ze dat de vorige edities van de Olympische Spelen gedaan hebben. De Nieuw-Zeelanders schrokken in Rio van die stap, wij zijn daar op voorbereid. Ik moet wel zeggen: we lopen wel ver voor, we staan er beter voor dan ooit. Maar als je ziet wat de Britten in Beijing, Londen en Rio hebben gedaan, weet ik dat zij die stap weer gaan maken. In 2016 werden ze op het WK vijfde op de teamsprint, een paar maanden later rijden ze een seconde harder en winnen ze de Spelen. We willen voorbereid zijn, zodat we de snelste tijd ooit realiseren. Ook de vrouwen ontwikkelen zich momenteel op vele fronten. Hun tijden worden aanzienlijk verbeterd dus ook daar werken we aan een top prestatie. We krijgen van KOGA een nieuwe fiets en dat is nodig, want de Britten komen ook met nieuw materiaal.

We hebben waarschijnlijk drie startplekken bij de mannen en twee bij de vrouwen op de Olympische Spelen van Tokyo. Dat wordt een lastige keuze. Sinds 2016 hebben we het fenomeen bike-off. Mijn probleem als sporter richting Rio was dat het uit het niets kwam. We hadden vier jaar geen testdag gehad, de selectie werd altijd gemaakt door René Wolff. Toen kwam Theo Bos erbij en moest er gekozen worden. We waren heel beschermd geweest, mentaal niet echt voorbereid. Vorig jaar heb ik daarom de keuze gemaakt om het een vast onderdeel van de selectie te laten zijn, ook voor een EK of WK. Ben je de snelste, ben je de beste? Dan mag je mee. Dan wordt het normaal. Als er in 2020 een testdag nodig is voor de Spelen, dan is dat ook niet meer raar. Zo’n bike-off geeft het meest objectieve beeld van wie er op dat moment het best is. Dat is wat je wil in combinatie met een goede samenwerking onderling. Het is wel eerlijk. Zeker bij een startpositie. Je rijdt een rondje op tijd. Dat doe je drie keer en de snelste gaat. Je kunt niemand afrekenen op het maken van de verkeerde keuze. Dat moet geen thema zijn. Dat heeft even geduurd voordat dit geaccepteerd werd. Maar als je nu terug kijkt, dan heeft het wel heel goed uitgepakt. Ze kunnen met verschillende formaties rijden. Het maakt niet uit wie er mee gaat, de besten gaan mee en dus rijden we de snelste tijd.

Niet alleen coach

Naar de Olympische Spelen gaan als coach is een heel andere beleving. De Spelen waren voor mij als renner echt een ding. Dat is nu minder. Je wilt graag goud halen met die atleten waarmee je werkt. omdat je weet dat het hun droom is, maar als coach is dat wel anders. Toen ik coach werd zeiden veel mensen ‘nu mag je toch naar de spelen’, maar die gedachte heb ik niet gehad, dat boeit me helemaal niet. Het gaat om de prestatie daar van de atleten, voor mezelf is het bereiken van Tokyo geen doel op zich. Ik kijk al wel over Tokyo heen. Dit heeft de volledige focus, maar je denkt wel na over wat er daarna komt. Nu ben je heel erg bezig met het A-team. Straks is er meer rust om te bedenken wat er beter kan bij de talenten én bij de A-groep. Kun je de focus wat breder leggen.

Je ziet internationaal bij de coaches veel verschillen. Wat met name opvalt is wat er gebeurt als de renners een rit hebben gereden en op het middenterrein uitrijden. Ik ga dan even met ze praten. Veel andere coaches gaan na de rit in de box op een stoel zitten en als de renner terug komt, dan praten ze er misschien even over of misschien zelfs niet. Als er iets was, wat heel goed was, zeg je dat het super was. Als het tegenvalt, kun je het direct benoemen. Dan kunnen ze het gemakkelijker afsluiten. Als je te lang wacht, is het zo weer de volgende rit. De één heeft er meer behoefte aan dan de ander. René was daar echt heel goed in, dat heb ik zelf als sporter ook als prettig ervaren. Maar mijn functie bestaat uit meer dan coachen alleen. Naast het begeleiden van renners ben je bezig met zaken in goede banen leiden. Je organiseert trainingskampen en zaken rond wedstrijden. Er schiet me altijd wat te binnen, of ik op de bank zit of in bed lig. Het is best een groot programma als je kijkt naar aantal atleten en staf, het moet strak georganiseerd zijn. Elk detail is belangrijk en ik probeer over alles nagedacht te hebben voor een perfecte voorbereiding. We willen immers goud winnen in Tokyo. Nee, ik sta er niet alleen voor. Thorwald Veneberg kijkt als technisch directeur mee en met Jan van Veen, prestatiemanager van NOC*NSF, doe ik veel samen. Die kan ik altijd bellen of is vaak aanwezig. Het is fijn om iemand te hebben waarmee je kunt sparren. En natuurlijk hebben we een geweldig begeleidingsteam bestaande uit de beste experts op verschillende gebieden.“

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens. Hieronder kun je aangeven welke andere soort cookies je wilt accepteren. Wil je meer weten? Bekijk dan onze privacy pagina.