Magazine

''Met deze lichting mag je ambitie hebben''

Koos Moerenhout was na zijn actieve loopbaan ploegleider bij de vrouwen van Rabo-Liv en vervolgens bij de ProContinentale beloften­formatie van Hagens Berman Axeon. Die laatste functie combineert hij sinds dit jaar met de rol van bondscoach bij de Nederlandse elite mannen. Een groep met veel potentie, erkent hij. ''Een gouden generatie is geen garantie op medailles, maar het uitgangspunt is wel dat we een goede kans op succes hebben. Met deze lichting mag je die ambitie ook hebben.''

Toen hij zelf nog op hoog niveau fietste, reed Koos Moerenhout altijd graag voor de nationale ploeg. ''Mijn eerste keer in oranje was als junior. Toen had je nog een echte selectie, die zelfstandig een programma afwerkte. Dat betekende een keer of vijf naar het buitenland, toentertijd was dat onder leiding van Egon van Kessel. Daarna reed ik in de nationale selectie van AMEV bij de amateurs. Dat heb ik drie jaar gedaan. Via de ploeg van Vredestein ben ik uiteindelijk in 1996 prof geworden. Twee jaar later reed ik mijn eerste wereldkampioenschap bij de beroepsrenners.''

''Ik had er wel degelijk iets mee, om die oranje kleding aan te mogen trekken. Een wereldkampioenschap heeft ook een bepaalde sfeer. Er hangt altijd een soort spanning omheen. De fans zijn ook anders dan in andere koersen. Dat zie je bij het Nederlands elftal ook, een nationale ploeg wordt anders benaderd dan clubteams. Ook bijzonder is het feit dat je voor je land rijdt. Dat je met mannen, die normaal allemaal concurrenten zijn, opeens een team bent. Ik vond dat toch bijzonder. En de parcoursen zijn meestal een slijtageslag, dat lag mij als renner ook goed.''

Weinig tijd om team te smeden

''Je start op een EK of WK in hetzelfde shirt, maar het is niet vanzelfsprekend om dan een team te worden. Soms zijn er bepaalde spanningen tussen teams en renners. Daar moet je als coach wel aandacht aan besteden, de voelsprieten uitsteken. In het begin van mijn actieve loopbaan had je vaak een bepaalde spanning tussen Rabobank en TVM. Ik heb niet het idee dat er nu dat soort zaken spelen, maar er is weinig tijd om een team te smeden. Het is heel anders dan bij andere sporten waar je een traject afwerkt met de sporters samen, bijvoorbeeld een kwalificatietoernooi.''

''Ik ben niet iemand die constant renners wil zien die hun hand opsteken om te vragen wat ze moeten doen.''

Koos Moerenhout

''Wij komen een paar dagen voor een WK samen en dan word je geacht een ploeg te zijn. Je hebt als bondscoach eigenlijk ook geen invloed op het programma van de renners. Als renners als Niki Terpstra, Tom Dumoulin, Steven Kruijswijk, Bauke Mollema of Dylan Groenewegen een bepaalde route kiezen, heb je niet echt de power om bij te sturen. Al denk ik wel dat het goed is om mee te denken richting de Olympische Spelen van Tokyo 2020. Dat is wel een bijzonder evenement. Een wedstrijd onder andere omstandigheden ook, met een ander klimaat en een andere tijdzone. Rijd je de Tour de France – die de week daarvoor eindigt – dan is het wel een uitdaging om in Tokyo te scoren.''

''Het is ook aan de renners zelf om daarover na te denken. Ik ben overigens niet van zin om te zeggen: ‘dit is de route, punt’. Maar het is wel een risico als je start met renners die niet geacclimatiseerd zijn, of moe zijn van de Tour. Daar moet je toch naar kijken bij het samenstellen van een selectie. Tot mijn taken behoort ook het contact met de renners en de grote ploegen te verzorgen en natuurlijk het volgen van de renners. Dan heb ik het niet alleen over de uitslagen, maar ook over hoe die resultaten tot stand komen of welke rol een renner heeft ingevuld. Dan gaat het om de juiste inzetbaarheid van zo’n renner voor het team en de functie die hij in de selectie heeft.''

''Wat ik als ploegleider altijd deed en doe en straks ook als bondscoach probeer, is de renners zoveel mogelijk zelf te laten denken. Ze niet afhankelijk van mij te laten zijn. De renners maken de koers, jij rijdt daar een kilometer achter. De info die jij krijgt - via de koersradio of via vertraagde beelden van tv - is eigenlijk al verouderd. Ik ben niet iemand die constant renners wil zien die hun hand opsteken om te vragen wat ze moeten doen. Als ze er niet uitkomen, zie ik zo’n renner graag verschijnen, maar renners moeten zelf in oplossingen denken en anticiperen op de situatie.''

''Je kunt buiten de koers al tal van dingen met elkaar bespreken. Ik denk dat er veel winst te boeken valt in een goede voor- en nabespreking. Als je als coach een landschap creëert waarin iedereen zijn ei kwijt kan, dan mag het ook weleens knetteren. Coachend gezien kun je bij een WK tijdrijden nog veel meer toevoegen.''

''Als jij in een negatieve situatie zit, ben je misschien niet de enige. Dan kun je zelf alles proberen op te lossen, of je kunt teams vinden die ook een scheve situatie recht kunnen zetten.''

Koos Moerenhout

Zelf in Yorkshire kijken

''Op dit moment brengen we de programma's van de renners in beeld. Er zijn al wel gesprekken geweest tussen de KNWU en de ploegen en ik praat momenteel ook met de coureurs. Kijk of er interesse is voor het testevent voor Tokyo bijvoorbeeld, die ongelukkig genoeg tijdens de Tour de France en de Ronde van Oostenrijk wordt verreden. Ik wil daarom ook naar het parcours van Yorkshire gaan kijken. Online kunnen we tegenwoordig veel info inwinnen, maar zo'n kaartje of video zegt niet alles. Soms als je op die manier het parcours bekijkt, lijkt het traject best mee te vallen.''

''Wat ik weet van Yorkshire is: er zitten een paar lastige klimmetjes in, maar die zijn vrij ver van de finish. Je weet ook dat daar veel wegen zijn waarop het geen meter vlak is. Wat houdt dan de weg richting de finish precies in? Dat soort dingen willen we zien. Het kan zijn dat we voor een massasprint gaan, dat betekent dat we afreizen met de huidige lichting snelle mannen. Of wellicht krijgt de wedstrijd een meer open karakter, is het meer voor het type klassiekerrenner weggelegd. Daar moet je zo’n parcours wel voor gezien hebben. Bij het zware parcours van Innsbruck wist je direct wie je wel of niet hoefde te selecteren, dit ligt anders.''

''Uitgangspunt is dat je samen meer voor elkaar krijgt en dat dit individueel ook meer succes oplevert. Dat is echter ook wel eens lastig voor een goede coureur, dat betekent dat je ook weleens je benen stil moet houden in een wedstrijd die je kunt winnen. Als het goed functioneert, komt jouw kans later. Je moet eigenlijk profiteren van elkaars kracht. Dat gaat op wereldkampioenschappen ook zo zijn.''

''Je hebt allereerst verschillende typen parcoursen, met een bepaald type renners erbij die daar renderen. Je moet duidelijk zijn wat je met iedereen voor ogen hebt. Het hoeft niet zo te zijn dat je de acht of vijf sterkste renners van Nederland opstelt. Iedereen moet een rol hebben, de bereidwilligheid hebben om allemaal tot een gezamenlijk resultaat te komen. Dat is het lastige van wielrennen: het is tegelijkertijd een teamsport maar ook een individuele sport. Daar is altijd een bepaald spanningsveld.''

''Of het een voordeel is voor een bondscoach om prof te zijn geweest? Voor mij een 'moeilijke' vraag omdat ik zelf prof ben geweest. Ik denk dat het handig is dat je iemand als ploegleider hebt die zelf renner is geweest, weet wat er in de hoofden van renners omgaat, die koerssituaties herkent en daar op in kan spelen. Je moet het spelletje snappen, een stukje politiek erbij begrijpen, zien wat er gebeurt in de koers. Als concurrerende landen kun je elkaar soms ook vinden. Een wielerkoers is ook: vandaag ben je vijanden, de volgende keer vrienden. Dan is het belang anders.''

''Als je een vlakke wedstrijd hebt, die een massasprint wordt, dan gaan de teams die er een belang bij hebben elkaar opzoeken. Dat is ook wielersport. Dat valt onder het kopje tactiek. Als jij in een negatieve situatie zit, ben je misschien niet de enige. Dan kun je zelf alles proberen op te lossen, of je kunt teams vinden die ook een scheve situatie recht kunnen zetten. En nee, het is niet zo dat elke oud-beroepswielrenner automatisch een goede ploegleider is.''

''Er is weinig tijd om een team te smeden.''

Koos Moerenhout

''Ik heb veel verschillende coaches en ploegleiders gehad. Het begon al bij de club Hoekse Renners, je had toen allereerst Cees Helmink, daar heb ik nog steeds contact mee. En ook Roel Rozeveld en sponsor Jan Snel droegen hun steentje bij. En eigenlijk is mijn vader altijd een klankbord gebleven, die weleens kritisch kon zijn. Daar baalde ik wel eens van, maar dat zette me wel aan het denken. In mijn juniorenperiode had je echt een vaste kern van renners die met de coach op pad was. Dat was Egon van Kessel en daar heb ik veel van geleerd, maar je komt daarna andere bondscoaches tegen, zoals Piet Kuys, Piet Hoekstra, Gerrie Knetemann en Leo van Vliet. Oud-prof Rini Wagtmans zei tegen me na een zege als nieuweling: 'Je moet informatie zeven. Iedereen die je tegenkomt, alles wat je wordt aangeraden, haal dat door een zeef en het beste pak je er voor jezelf uit.' Dat ben ik nooit vergeten.''

''Zo werkte het voor mij daadwerkelijk met ploegleiders, coaches en trainers. Voor mij is er niemand met een absolute waarheid, maar je kunt van iedereen leren. Ik ben vijftien jaar beroepswielrenner geweest. Dan zie je dingen goed en fout gaan, individueel, als ploeg, maar ook waar het gaat om de rol van de ploegleider. Je ziet altijd dingen die beter kunnen, maar als coach vind ik het zelf heel belangrijk dat je dingen doet en zegt, die bij je passen. Je moet niet andere mensen gaan kopiëren. Als ik opeens heel populair en luidruchtig ga doen, ben ik niet geloofwaardig. Zo ben ik niet. Wat je zegt, moet je menen.''

Zelf voorop in Madrid

''Mijn beste WK bij de profs reed ik in 2005 in Madrid. Het was voor mij een kantelpunt in mijn carrière. Het jaar daarvoor kwam ik terug van de Ronde van Lombardije. Ik zat naast mijn toenmalige ploegleider en zei hem dat ik in 2005 de Tour niet wilde rijden. Ik zat vaak op de wip voor de Tourselectie. Soms had je op de limiet moeten presteren om wel mee te mogen, maar voor hetzelfde geld zat je met goede benen thuis. Op dat moment koos ik ervoor te pieken naar het naseizoen, richting de Ronde van Spanje en het WK. Dat pakte wel goed uit. Ik had wel iets extra's in dat najaar. In de Vuelta werd ik veertiende en op een WK kwam ik nog nooit zo sterk voor de dag als toen.''

''Ik schrok er zelf van in de laatste ronde. Ik zat namelijk in de groep van de kopmannen en dat was eigenlijk niet mijn rol. Ik reed nog even alleen, maar werd teruggehaald. Alexander Vinokourov, Paolo Bettini en Michael Boogerd reden later voorop, maar wij sloten met drie man weer aan. Dat was het moment om door te demarreren, maar helaas keek Bettini me op dat moment recht aan. Ik schoof op zijn Zoetemelks door, maar de rest sloot aan en toen was die kans eigenlijk voorbij. Voor Nederland had daar meer in kunnen zitten. De groep sprinters kwam in de laatste bocht nog terug en Boonen won, ook dankzij Van Petegem die leeuwenwerk verrichtte. Die sprint van de kopgroep had ik niet gewonnen, maar ik eindigde nu bij de beste twintig en anders was dat top vijf geweest.''

''Er is niets mis met een knecht te zijn, maar niemand wordt prof met dat idee. Je komt in de positie dat je in die rol gemanoeuvreerd kan worden. Sommige renners vinden het ook niet prettig om kopman te zijn, voelen de druk. En ik moet zeggen: als je geen echte specialiteit hebt, is het ook lastig om kopman te zijn. Je moet welhaast een heel goede tijdrijder, klimmer of sprinter zijn om tegenwoordig een wedstrijd te kunnen winnen, maar dat kun je ook niet alleen.''

''Dat groepsproces is belangrijk en de 'dienende' rol moet daarin worden gezien en gewaardeerd. Voor de kopman is het een vereiste om er op die dag te staan. Dat is heel anders dan drie weken lang nergens steken laten vallen. Nee, die dag moet alles eruit, fysiek maar ook tactisch. Die afmakers hebben we momenteel in Nederland, alleen een gouden generatie is geen garantie op medailles. Het uitgangspunt is wel dat we een goede kans op succes hebben. Met deze lichting mag je die ambitie ook hebben.''

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens. Hieronder kun je aangeven welke andere soort cookies je wilt accepteren. Wil je meer weten? Bekijk dan onze privacy pagina.