Magazine

Met vertrouwen richting Tokio

De afgelopen twee edities van de Olympische Spelen was Nederland op het onderdeel BMX goed voor een medaille. In Londen veroverde Laura Smulders brons bij de vrouwen, in Rio was er zilver voor Jelle van Gorkom. Talent coach Rob van den Wildenberg – zelf actief op de eerste Olympische Spelen in deze discipline in 2008 – zag de afgelopen jaren veel nieuwe BMX-sterren opkomen. “De gehele Rio-selectie kan nog vier jaar verder, maar er komt nieuw talent aan. We staan er goed voor richting Tokio.”

Van den Wildenberg legt uit hoe hij tot dit positieve scenario komt. “De groep die nu op de Olympische Spelen van Rio uit kwam, was een vrij jonge groep. Dit vijftal Jelle van Gorkom, Twan van Gendt, Niek Kimmann, Laura Smulders en Merle van Benthem kan nog moeiteloos voor Tokio 2020 gaan. Maar ook in mijn groep zitten enkele talenten. De junior-men zijn in de breedte sterk en daarvan komen nu Justin Kimmann en Koen van de Weijst over. Bij de junior-women is Ruby Huisman – niet voor niets wereldkampioene in Medellín vorig jaar in haar categorie - een troef. Dat betekent dat we flink wat onderlinge competitie mogen verwachten. Voorheen streden vier a vijf man voor de drie plekken bij de mannen, nu is dat op papier al een man of acht. De jongens in mijn talentengroep hebben dat niveau nog niet helemaal, maar hebben wel het talent dat ze over drie jaar tot de mondiale top kunnen behoren. Ik denk dat we met de totale groep die we hebben, het niveau in Nederland nog verder omhoog kunnen krijgen. Simpelweg omdat zij allen aan elkaar gewaagd zijn. De jongens die in Rio geweest zijn, kunnen niet achterover leunen. “

Samen met Bas de Bever

De scheiding tussen de talenten en de elite is niet zo strikt dat Van den Wildenberg zijn handen direct af trekt van iedereen die naar de elite-categorieën door komt. “Ik heb een goede wisselwerking met Bas de Bever, die de elite onder zijn hoede heeft. We doen veel samen. Op dit moment trainen we met veertien man en dan help je elkaar. Natuurlijk is Bas verantwoordelijk voor zijn groep en ik voor mijn groep. Ik ben drukker met de instroom. Maar alles gebeurt wel altijd in overleg, hij kijkt met me mee. Daar neemt Bas ook zeker de tijd voor.” De BMX-talentencoach denkt dat het één van de pijlers onder het succes is. “Laten we eerlijk zijn: we doen het goed. Belangrijk is dat we samen trainen. Het is goed om met mijn talenten aan te sluiten met de topgroepsport. De talenten uit mijn groep kijken op tegen de olympische toppers. En het geeft ook extra motivatie voor de oudere groep, die mannen en vrouwen willen niet verliezen van zo’n jongen of meisje, die net komt kijken. Ook geven de routiniers tips. Als coach geef je veel informatie door, maar als een jongen als Jelle van Gorkom ook nog eens iets zegt tegen een talent, dat werkt dat dubbel natuurlijk. Zelf vond Jelle het vroeger ook prettig als dat gebeurde.”

Grote stap

Het is niet alleen het oefenen van het springen of het doen van de krachttraining die op de talenten af komt. Maken ze deel uit van de groep van Van den Wildenberg, dan vallen ze ook onder het Papendal-programma. “En dat is best een grote stap als je 15 bent. Want we vragen je hier op Papendal, je komt er te wonen, gaat ergens anders naar school. Tot nog toe heeft die combinatie school en training altijd goed gewerkt. Dat is belangrijk en niet alleen omdat onze talenten leerplichtig zijn. Ze willen allemaal zoveel mogelijk op die fiets zitten, maar niemand kan nog echt een boterham met BMX-en verdienen. Daarom stimuleren we ze om naar school te gaan. Gelukkig werkt dat en hebben we een 100 procent slagingspercentage.” De kennis van Papendal is niet alleen aan de selectie voorbehouden. Van den Wildenberg: We hebben drie regionale centra en de sporters die daar komen, trainen ook minimaal één keer per maand bij ons. Dan geven we ook advies over krachttraining en delen we alle informatie. Toen we begonnen zes jaar geleden, moesten we de nieuwkomers nog alles leren. De instroom die we nu hebben, is door die samenwerking met de regionale centra al stappen verder. Hopelijk gaan we dat aan de top zien terug zien, zorgen we op deze manier dat nieuwe talenten eerder de top bereiken en dat we minder uitval van talent hebben.”