Vanuit de KNWU is de afgelopen jaren druk gelobbyd om weer meer Nederlanders in de internationale besturen en commissies zitting te laten nemen. Om zo weer aan tafel te zitten op de plaatsen waar over het heden en de toekomst van de sport gesproken wordt.
Binnen de UCI-commissies zijn diverse Nederlanders actief. Zo is Marnix Drysdale lid van de Professional Cycling Council Commission, Anne Terpstra van de Mountain Bike Commission én de Athletes Commission, en Richard Groenendaal van de Cyclo-Cross and Gravel Commission. Daarnaast zet Laura Smulders zich in voor de BMX Race Commission en de Athletes Commission, terwijl Tristan Bangma betrokken is bij Para-cycling en eveneens de Athletes Commission. Martin Swinkels vertegenwoordigt ons in de Commissaires Commission.
Ook op Europees niveau is Nederland goed vertegenwoordigd: Robert Slippens heeft zitting in de baancommissie van de UEC en Laura de Vaan in de Para-Cycling Commission van de Europese Wielerbond. Recentelijk trad Maurice Leeser, directeur/bestuurder, toe tot de Road Commission van de UCI. Hij benadrukt waarom het van groot belang is dat Nederland actief meepraat en meebeslist in deze internationale gremia.
Belangrijk om betrokken te zijn bij de uitvoering en ontwikkeling van de sport
Recentelijk trad Maurice Leeser, directeur/bestuurder, toe tot de Road Commission van de UCI. Hij benadrukt het belang van Nederlandse inbreng: "In het algemeen vind ik het van belang dat belangrijke wielernaties betrokken zijn bij de uitvoering en de ontwikkeling van de sport. We hebben de plicht om op internationaal niveau mee te praten over die ontwikkeling. Daarom hecht ik er waarde aan dat het Nederlands geluid ook internationaal doorklinkt en dat er rekening wordt gehouden met de belangen en de benadering van de Nederlandse wielersport.
Ik denk dat meer dan tachtig procent van de belangrijke wielerwedstrijden- en koersen plaats vindt in Europa en in de medaillestand zitten we bij de top drie van de landen. Als we kijken naar hoeveel evenementen we organiseren, zijn we een heel prominente factor in de wereld. Ik vind dat je dan ook moet kunnen meepraten. We vinden het daarom belangrijk om ons steentje bij te dragen." Leeser geeft daarbij aan inhoudelijk te steunen op de expertise van Henk van Beusekom (Manager Clubsupport & Fietssportstimulering), Wilbert Broekhuizen (Technisch directeur Topsport) en Joost van Wijngaarden (Manager Wedstrijdsport), én op de kennis en ervaring van de vele professionals in het werkveld.
Aandachtspunten zijn volgens de directeur/bestuurder van de KNWU de volgende. "Als je kijkt naar de terugloop van het aantal licentiehouders bij de jeugd in Nederland, daar maken we ons zorgen over. En ook als het gaat om de vraag of wielrennen nog een plek in het verkeer, op de openbare weg, heeft. Dat speelt in Nederland maar ongetwijfeld ook in andere landen. Maar ook: hoe kunnen we evenementen organiseren zonder dat wedstrijden stil komen te liggen als gevolg van demonstraties? Al met al hebben we te maken met een breed pallet aan issues. Hoe kunnen we daar op een goede manier mee omgaan, hoe kunnen we de jeugd blijven stimuleren om ook de wegfiets te blijven gebruiken? Als Nederland willen we daar een bijdrage aan leveren.
De afgelopen drie jaar is de bemensing van de UCI- en UEC-commissies door Nederland geïntensiveerd. Ik constateer dat men het fijn vindt dat Nederland internationaal weer mee praat en meedoet. Als we straks honderd jaar KNWU vieren in 2028, dan zouden we op alle vlakken aanwezig willen zijn en internationaal ons woordje weer moeten meespreken."
Aan tafel waar toekomst wordt besproken
Voor Robert Slippens is het duidelijk dat ons land ook een inhaalslag moet maken. "We hebben een aantal jaren geleden in het hoofdbestuur (en dat wordt ook gedragen in de Raad van Toezicht) geconstateerd dat Nederland op bestuurlijk vlak te weinig vertegenwoordig was in het internationale bestuur. Een aantal mensen heeft zich opgeworpen om die handschoen op te nemen en daar was ik er destijds één van. We hadden als doel om als toonaangevend wielerland in prestaties ook weer nadrukkelijker op bestuurlijk vlak aanwezig te zijn."
Eenmaal in de baancommissie van de UEC vindt de oud-topsporter dat het goed is om mee te kunnen praten over de toekomst van de sport. "Niet alleen in Nederland hebben we met minder jeugdrenners te maken, je schriikt ervan hoe in Europa de aanwas van een nieuwe generatie coureurs stokt. Maar ook op het gebied van de baan zelf zijn er zaken waar we ons voor willen inzetten. Je merkt op de Olympische Spelen dat zaken als kijkcijfers en marktwaarde belangrijk worden en dat er daarom een focus ontstaat op snelle, flitsende sporten. Hoe kunnen we in dat kader baanonderdelen als de koppelkoers en de ploegachtervolging beter verkopen en interessanter in beeld gebracht krijgen? We hebben destijds een aantal pisteonderdelen zien verdwijnen, die samengevoegd werden in het omnium. We moeten ons inzetten om het aantal baanonderdelen en de baanmedailles op peil te houden."
Maar Slippens is namens Nederland ook één van de beoogde kandidaten om in de managementboard van de UEC en later zelfs eventueel de UCI zitting te nemen. "Nederland doet het zo goed op alle wielerdisciplines, dat we graag ook bestuurlijk ons zegje willen doen. Het gaat er niet om dat wij de wijsheid in pacht hebben, maar dat we aan tafel zitten op het moment dat er daar ideeën voor de toekomst van de sport worden besproken."
‘Sport financieel gezond houden’
Laura de Vaan is een andere oud-topsporter die in haar eigen discipline (Para-Cycling) een bestuurdersrol heeft gekregen, zij is net begonnen aan een tweede termijn in deze specifieke commissie van de UEC. "Simon Meijn was één van de pleitbezorgers van deze commissie en toen zijn termijn verstreken was, heeft hij mij benaderd om Nederland vertegenwoordigd te laten blijven, ook omdat we op dit vlak sportief succesvol zijn en ook regelmatig topevenementen organiseren."
De Vaan moest met haar topsportmentaliteit best wennen aan het feit dat zaken soms tijdelijk stil lagen de afgelopen jaren. "Maar met een nieuwe voorzitter en hopelijk nieuw elan heb ik er vertrouwen in dat we weer meer vaart krijgen. Ik denk dat het ook goed is om binnenkort weer bij elkaar te zitten. We zijn als onderdeel Para-Cycling een relatief kleine tak van de UEC, maar het is belangrijk dat we onze belangen op de kaart kunnen zetten. Het is daarom ook fijn dat we komend jaar weer een EK Para-Cycling hebben en dat we ons daar vanuit Nederland hard voor maken. Een belangrijk punt is verder om de sport financieel gezond te houden en waar we kunnen financiële drempels wegnemen voor organisatoren om evenementen op te zetten en voor sporters/landen om aan wereldbekers en EK’s en WK’s deel te kunnen nemen. Als we daar als bond door een lagere afdracht een rol in kunnen spelen, zou dat heel mooi zijn. Para-Cycling is nu eenmaal geen tak van de sport die voor sponsors zo interessant is als voor de grote kijksporten. Dus daar moeten we op een andere manier een slag maken voor onze sporters. Tenslotte is het voor ons als commissie van belang om de UEC goed te adviseren in andere kwesties die meer specifiek betrekking hebben op onze tak van de wielersport."
Nederlanders in internationale commissies
Namens Nederland zitten de volgende personen in internationale commissies
UCI-functionarissen
- Marnix Drysdale (professional cycling council)
- Anne Terpstra (Mountain bike commission)
- Richard Groenendaal (Veldrijden en Gravel)
- Laura Smulders (BMX Race)
- Tristan Bangma (Para-cylcing)
- Laura Smulders, Tristan Bangma, Anne Terpstra (atletencommissie)
- Martin Swinkels (commissaris commission)
- Maurice Leeser (Road)
UEC-functionarissen
- Robert Slippens, UEC Commissie Baan
- Jolanda Polkamp, UEC BMX Technical Delegate
- Laura de Vaan, UEC Paracycling Commissie