Magazine

Olympisch succes verzacht alle pijn

Als BMX’er is Jelle van Gorkom wel gewend aan uitdagende hindernissen, maar ook naast de BMX-baan waren er de nodige horden te nemen op weg naar Rio 2016. Pijn, maanden van revalidatie en ook knagende onzekerheid waren in augustus van het vorige jaar echter in één klap vergeten toen de Achterhoeker op de Olympische Spelen naar het zilver reed. “Die medaille had ik nodig om verder te kunnen gaan. Goud in Tokio is mijn volgende doel, maar ik wil ook wereldkampioen worden” klinkt het ambitieus.

Vallen hoort bij BMX’en. Niet voor niets zijn de sporters in deze wielertak altijd goed beschermd. Maar in de Supercross kan een serieuze val soms ook leiden tot een ziekenhuisopname. Jelle van Gorkom is dan ook inmiddels wel iets gewend. Juist die ervaring hield de olympische droom levend tijdens een lange revalidatie richting Rio. Nadat hij beide sleutelbenen brak, zijn ribben kneusde en zijn milt scheurde bij een val eind 2015, ging het in het voorjaar van 2016 opnieuw mis. Weer een sleutelbeenbreuk, net naast het plaatje van de vorige breuk. Het werd een zenuwslopende race tegen de klok om de spelen te halen. Opnieuw. “In principe leek het traject naar de Olympische Spelen veel op vier jaar geleden. Dankzij die ervaring wist ik dat ik niet zenuwachtig moest worden en simpelweg moest focussen op het revalidatieproces. ‘Je staat nu een stuk verder’ hield ik mezelf voor. “ Maar toch knaagde eenmaal in Rio aan gekomen de onzekerheid nog altijd aan hem. “Je staat op de Spelen. Je weet dat je wel in topvorm bent, maar zoekt nog bevestiging. Dat is voor een sporter zenuwslopend. Op training in Florida voelde ik een stijgende lijn, maar ik stond ook wel eens met Twan van Gendt en Niek Kimmann aan het hek om er vervolgens keihard uit gereden te worden. Anderzijds wist ik ook dat ik in trainingen altijd net iets minder presteer dan in wedstrijden. Als ik goed in mijn vel zit en mentaal sterk ben, kan ik in een wedstrijd een paar procentjes erbij sprokkelen.”

Film in slow motion

Toch begint het toernooi in Rio niet echt heel hoopgevend. “Ik was zeventiende in de tijdrit. Als je weet dat er 32 starten in het hoofdtoernooi, realiseer je jezelf ook dat je in de middenmoot zit en dus een zware loting treft. Dat klopte. Ik stond in de kwartfinale met het gehele WK-podium van twee maanden eerder. Toen was het een kwestie van knop omzetten en gaan. Vervolgens zet ik een bijna vlekkeloze prestatie neer. Die bevestiging had ik nodig en kon ik met mijn ervaring omzetten in een mooie reeks prestaties. Vanaf dat moment leek het wel een film in slow motion, ik bleef presteren en doorgaan. Toen stond ik in de finale en kreeg ik de kans om te laten zien wie ik ben en wat ik kan. Al bestaan er in deze sport nooit garanties. Als Usain Bolt de finale 100 meter haalt, dan kan hij zijn eigen wedstrijd lopen. Daar wint de snelste. Komt er geen schouderduw of blokkade, valt er niemand voor je neus.” Vijf minuten voor de eindstrijd, flitst het hele jaar weer door zijn hoofd. “Zag ik mezelf weer balend bij de fysio zitten aan het begin van mijn herstel, op het moment dat de anderen van de selectie afreisden naar het testevent en de baan kregen te zien. Of ontsnappen op het moment dat anderen net hun kwalificatie-moment missen. Dat geeft emotie kan ik je vertellen.” Maar daar haalde hij positieve energie uit. “Na een lange periode vol blessures kon ik laten zien dat ik bij de wereldtop hoorde. Dat is een speciaal moment. Je kunt je weer meten met die gasten. Laten zien dat je weer strijdbaar bent, niveau kunt halen. Dat is het belangrijkste als sporter. Dat ik dit alles kon bekronen met een medaille was super vet. Maar het proces daarvoor is misschien nog wel mooier.”

Nog niet klaar

De prestatie in Rio was ook belangrijk bij zijn besluit nog vier jaar verder te gaan. “Als ik daar niet op het hoogste niveau had gepresteerd, weet ik niet of ik de motivatie had kunnen opbrengen om door te gaan. Op de Olympische Spelen van Londen is mij voor mijn gevoel echt een topprestatie door mijn neus geboord. Ik had 3,5 jaar hard gewerkt om daar goed te zijn, maar door een val een half jaar voor dé wedstrijd van het jaar viel ik. Daardoor was ik daar niet optimaal. Daarna heb ik met extra motivatie toe gewerkt nar Rio. Wordt zoiets dan opnieuw een deceptie, dan weet ik niet of ik alles nog eens vier jaar had kunnen opbrengen. “ Dat de medaille een zilveren kleur had, motiveert des te meer. “Het was een geweldige medaille, maar het was niet de kleur waar ik als klein jongetje van droomde. Dan wil je toch ook nog dat ene plekje hoger. Ik heb de drive daar nog eens alles voor opzij te zetten, daar keihard voor te gaan. Ik heb de aansluiting met wereldtop weer gevonden, kan mee doen om de medailles. Maar het is niet alleen Tokio 2020 waar ik de motivatie uit haal. Ik wil ook nog eens wereldkampioen worden. Niek Kimmann komt nog maar net kijken en heeft al twee wereldtitels behaald. k wil ook wel eens in zo’n witte trui met regenboogkleuren rijden. Dat is een mooi tussendoel. Ik hoop dat ik vervolgens goed genoeg ben voor een nieuwe olympische cyclus. In acht jaar tijd drie keer op de Olympische Spelen staan is een droom. In iedere tak van sport is het uniek twaalf jaar lang aan de top mee te draaien. Dat motiveert net zoveel als een medaille.” .