Magazine

Variabelen op een fiets

Vermogensmeters, windtunneltesten en hartslagmeters zijn niet meer weg te denken uit de wielersport. Om tot nóg betere prestaties te komen hebben knappe koppen van de Technische Universiteit Delft het Sports Engineering Institute opgericht. Een kijkje in de wereld van wielrennen als wetenschap.

,,Het Sports Engineering Institute is ontstaan toen een aantal afdelingen van de Technische Universiteit Delft hun expertise bundelden en die kennis gingen toepassen in de sport”, legt Dr. Daan Bregman, Coördinator Sports Engineering uit. ,,De afdeling Lucht- en Ruimtevaart Techniek, Industrieel Ontwerpen, Werktuigbouwkunde, Bouwkunde en Wis- en Natuurkunde werken op verschillende gebieden samen om hun kennis en kunde te delen.” Daarna was het slechts een korte zoektocht naar een partner om de theorie in de praktijk te kunnen toetsen. ,,We kwamen al snel bij Iwan Spekenbrink aan tafel te zitten, de manager van wat toen Team Giant-Shimano heette. We waren vooral aangetrokken door zijn langetermijnvisie op de sport. Daarnaast waren ze open en durfden ze buiten de traditionele hokjes te denken.” Naast het team van Spekenbrink werken ook Koga en wij als bond samen met de wetenschappers uit Delft.

 

Tom 2
Eén van de bekendere projecten van het instituut is de tijdritpositie van Tom Dumoulin. ,,We kunnen de windtunnel van de afdeling Lucht- en Ruimtevaart gebruiken, maar de renner zelf is niet elke dag beschikbaar. Om dit probleem te verhelpen hebben we van Tom een 3D-model op ware grootte gemaakt. Zo kunnen we niet alleen op elk gewenst moment materiaal vóór hem testen, maar dankzij ‘Tom 2’ kunnen we de materialen ook óp hem uitproberen.” Op die manier zijn onder meer verbeteringen aan zijn tijdritpositie, helm en snelpak gedaan.”

 

Meetfiets
Naast snelheid is veiligheid een belangrijk aandachtspunt. Hoe komt een renner zonder brokken van start naar finish? Een interessant weetje: op een snelheid van minimaal drie kilometer per uur is je fiets ‘zelf stabiliserend’. ,,Het traditionele ontwerp zorgt ervoor dat een bewegende fiets zichzelf overeind kan houden”, legt Bregman uit. “De berijder is natuurlijk wel nodig om van richting te veranderen, maar is zeker van invloed op de stabiliteit van de fiets.” Daarom ontwikkelde men in Delft een meetfiets die het stuur- en remgedrag van een renner kan meten. “Met die inzichten kan een renner zijn kwaliteiten verbeteren.”

Daar blijft het niet bij, als het aan Bregman ligt. ,,We zouden met die methode graag eens een heel peloton doormeten. Dat is nog wel een heel grote uitdaging. Wat zijn de variabelen in zo’n groep? Wie remt wanneer? Welke renner rijdt afwijkende lijnen en zorgt met zijn acties voor onrust in het peloton? Ik denk dat we zo de veiligheid in het peloton kunnen vergroten.” Ook de veiligheid in een afdaling kan met de meetfiets verbeteren.

Ook ‘normale’ fietsers kunnen profiteren van de onderzoeksresultaten uit Delft, denkt Bregman. ,,We willen fietsen veiliger maken. Door ze nog stabieler te maken, materialen te verbeteren, noem maar op.”

 

Efficiënt
Dan de tijdrit. Voor sommigen betekent dat constant volle bak rijden, terwijl anderen hun rit zorgvuldig moeten indelen. Hetzelfde geldt voor het rijden van een beklimming. Bregman: ,,Hoe hard moet een renner afdalen om vervolgens zo fris mogelijk aan de voet van de volgende berg te komen? En hoe zou hij zijn tijdrit moeten indelen? Het gaat er natuurlijk om, om zo efficiënt mogelijk met de energie van de renner omgaan, in verhouding tot het af te leggen parcours.”

Het mooiste onderdeel voor de wetenschapper is echter de ploegentijdrit. ,,Dan heb je te maken met verschillende renners met verschillende capaciteiten. De prestatie van al die renners op elkaar afstemmen is natuurlijk extreem moeilijk. Maar wel één van de grootste uitdagingen die we in de wielersport zien. De ene renner levert een kortere inspanning aan een hoger tempo, terwijl de ander juist een lange aflossing kan doen. Zoveel variabelen. Zeer interessant”, glundert hij.