Magazine

Veldrittraining Alphen

Terwijl half Nederland nog geniet van een welverdiende zomervakantie, stomen de veldrijders zich alweer klaar voor het nieuwe winterseizoen. Vaste prik is de training in Alphen, waar menig crosser groot geworden is.

Recreatiepark ’t Zand bij Alphen ligt eind augustus nog vol zonaanbidders als een veertigtal veldrijders onder leiding van bondscoach Gerben de Knegt en regiotrainers Ad van Helmond en Camiel van den Bergh samenkomt voor de eerste veldrittraining van de winter 2017/2018.
Temidden van de in zwemkleding gestoken en friet etende Brabantse jeugd trekken Sophie de Boer, Thijs van Amerongen, Twan van den Brand en tal van anderen sprintjes, stormen volle bak een speciaal aangelegde trap met dertien treden op en scheuren door het zand. Tussendoor is er tijd voor rek- en strekoefeningen en het oefenen van bochtjes.

De Knegt is zelf nooit zo gecharmeerd van de combinatie van zonaanbidders en veldrijders. “Over een paar weken is dit terrein verlaten en kun je er helemaal je eigen plan trekken. Zit je niet met parkeerwachten te discussiëren dat je het terrein op moet en hoef je niet aan mensen te vragen om hun handdoek even uit ons beoogde trainingsrondje te halen. In de hoop dat ze dat ook willen.” Maar de voorbereiding van veldrijders houd geen rekening met de barometer en met de schoolroosters. De klassieke voorbereiding voor een crosser is direct na afloop van het veldritseizoen rust houden, dan opbouwen in maart en april, vanaf 1 mei op de weg rijden en ergens in augustus beginnen met de trainingen in het veld. Op 16 augustus stond de eerste training gepland, een week later nemen wij een kijkje in Alphen, nabij de bekende wielerplaatsen Chaam en Tilburg.

Nico van Hest

De Knegt neemt deze winter het stokje over van Nico van Hest, die de laatste jaren samen met Richard Groenendaal de regionale trainingen in ’t Zand bij Alphen gaf. “Het is hier een beetje uit de hand gelopen in de loop der jaren” zegt De Knegt met een wijds gebaar over de recreatieplas, de weiden en het bos in zijn blikveld. “Ik heb nu ook wel wat strenger moeten zijn met het toelaten van mensen die willen trainen. Vooral bij mijn topsportgroep is deze training bedoeld voor renners die in beeld zijn voor wereldbekers, EK’s en WK’s. Daaronder is een groep renners die daar wellicht voor in aanmerking komt. Een soort talentengroep. We hebben in het land zes regionale trainingscentra, maar deze heeft een wat bijzondere status gekregen in de loop der jaren. In Brabant wonen traditiegetrouw natuurlijk veel veldrijders en er zijn altijd renners uit de rest van het land bij wie dat aanspreekt. Die een goede training willen aan de zijde van andere sterke veldrijders. Maar verplicht is het wat mij betreft zeker niet om vanuit de rest van het land naar hier te komen.

Daarbij maak ik wel een uitzondering voor mijn trainingskampen. Deze week combineer ik de training met een trainingssessie met een groep junior-vrouwen, een week daarvoor deed ik dat met enkele jonge mannen. Mensen als Lars van der Haar en Sophie de Boer komen regelmatig aansluiten omdat ze het hier prettig vinden trainen. Maar ik kan niet van iemand als Jens Dekker uit Drenthe verwachten dat hij hier elke week aan het vertrek staat. Hij kan ook in zijn eigen regio, in zijn geval in Hattem, trainen. Maar natuurlijk kan hij hier wel een enkele keer komen. Hij ziet namelijk wel als hij hier is, hij zich kan optrekken aan anderen. Dat gebeurt hem op de regiotraining niet. Dan zijn er geen drie of vier beter dan hij.”

De Knegt verdeelt de training in twee stukken. Eerst gaat hij een zandkuil en het bos in en trekt hij op pad met de toppers uit het veld. Camiel van den Berg en Ad van Helmond beginnen op het grasveld en zoeken later de trap en een ander stuk bos op. Rekken en strekken hoort daar ook bij en als de talenten hun training aanvatten, is Van den Bergh duidelijk in zijn aanwijzingen. “In het rood rijden doe je maar in de wedstrijd, dit is een training” en “Schakelen! Dat buitenblad zit er niet voor niets op.” Tussendoor moet er regelmatig worden gedronken door de sporters, die nauwgezet de training afwerken die De Knegt en zijn helpers hen voorschotelen. “Dit is normaal de meest intensieve training in de week”, zegt de bondscoach als hij zijn renners voor een rondje door het bos en over de trap heeft weggestuurd. “Verder kunnen de sporters andere specifieke trainingen afwerken.”

Vaste prik

Over de sporters gesproken. Die hebben zich niet door de warmte laten afschrikken om naar Alphen te komen. Ze geven vandaag de voorkeur aan fiets- in plaats van badkleding, in tegenstelling tot hun leeftijdsgenoten aan de waterkant. Inge van der Heijden van ZZPR.nl-HanClean-Orange Babies weet niet beter of er wordt op woensdag in Alphen getraind. Ook al is het voor haar drie kwartier rijden met de auto vanuit Schaijk, overslaan is er maar zelden bij. Daarvoor is de centrale training te belangrijk voor haar, erkent ze. “Het mooie van deze training is dat je gewoon zeker weet dat je een goede en functionele training krijgt, die vaak ook nog eens rekening houdt met aankomende wedstrijden. Verder in de week train je dan op de weg, doe je techniektraining en kun je in het seizoen hersteltrainingen doen. Deze sessie is voor mijn gevoel het belangrijkst.”

Waar Van der Heijden nog enigszins in de buurt woont, heeft Thijs van Amerongen (Destil-Piels) op deze warme woensdagmiddag een rit van ongeveer twee uur achter de rug om vanuit het oosten naar Alphen te komen. “Dat heb ik er voor over. Vooral in de beginfase van het seizoen is dit voor mij vaste prik. Een keer of tien pik ik hier aan in Alphen, omdat ik dan weet dat ik een goede training krijg en ook de bevestiging dat ik conditioneel en op het gebied van techniektraining goed op weg ben. Natuurlijk spiegel je jezelf dan ook aan de renners om je heen. Later in de winter train ik ook wel in de eigen regio Twente, bij Maarten Nijland. Tegen die tijd is het trainen ook meer een kwestie van onderhouden dan van opbouwen, je rijdt dan ook zoveel wedstrijden.”

Uniek concept

De pionnetjes worden weer opgeruimd. Samen met het andere materiaal gaan ze achter slot en grendel bij een toiletgebouw op het recreatieterrein. De tien Brabantse senioren die op de training zijn afgekomen, stappen op hun fiets of in hun auto. Zo plots als ze kwamen, zijn de renners ook weer vertrokken. Alleen de bondscoach is er nog, hij ruimt zijn laatste spullen op. Een stukje traditie wordt ook deze winter voorgezet. “Het is een uniek concept”, vindt De Knegt. “In Vlaanderen kent men dit niet. Daar trainen de ploegen vaak gezamenlijk en zijn er juist geen anderen welkom. Dat zal ook werken. Mathieu van der Poel heb ik hier overigens ook nog nooit gezien. Maar in Nederland is hier behoefte aan en daar passen we graag ons programma op aan.”

Waar kun je een veldrittraining volgen?
Behalve in Alphen hebben we als bond zes andere trainingslocaties aan gewezen, verspreid over het hele land. We trainen in Hattem (Gelderland), Norg (Drenthe), Hilversum (Utrecht), Moergestel (Brabant), Wijchen (Gelderland) en Rossum (Overijssel). Daarnaast bieden natuurlijk ook veel verenigingen crosstrainingen aan.