Als verenigingsondersteuner probeert Henk van Beusekom bij de KNWU wielerclubs te helpen zich staande te houden in een tijd van minder vrijwilligers en meer verantwoordelijkheden. Hij ziet in die rol ook veel nieuw elan ontstaan en dat kan weer als voorbeeld dienen voor andere verenigingen. "Breng in beeld waar behoefte aan is bij je leden maar ook verder in je omgeving. Dat er een aantal clubs zich blijven focussen op successen in de wedstrijdsport is prima, maar laagdrempelig sporten op een veilig clubparcours heeft een veel groter bereik."
Van Beusekom hoort ook wel de geluiden dat het openhouden van een accommodatie ook weer eigen uitdagingen met zich meebrengt, maar ziet daar wel een belangrijk pluspunt van een vereniging. "Een plek waar je zelf veilig kunt fietsen of je kinderen met een gerust hart naar toe kunt brengen. Mensen kunt ontmoeten ook. Het belang van het sociale karakter van je club in je woonplaats of je regio moet je ook niet onderschatten. Er zijn verschillende initiatieven waarbij bijvoorbeeld vrouwen samen komen fietsen op zo’n parcours, niet perse om de nieuwe Lorena Wiebes te worden, maar wel om samen het plezier in het fietsen te delen. Je clubhuis kan daar een belangrijke rol in spelen. Of je kunt je deuren openen voor een groep toerrijders.
"Er zijn verenigingen die de deur zelfs op slot houden bij sommige trainingen, maar je hoort juist dat mensen het ook fijn vinden om samen te komen. Het is een warmer welkom voor nieuwe leden om een plek te hebben voor een kop koffie of thee en een gesprek over de passie die je deelt. Maar ook voor een ouder die tijdens de training van zijn kind even zijn laptop open klapt en een kop koffie kan bestellen. Zo’n persoon betrek je veel gemakkelijker bij je vereniging als je je open stelt. Wielerclub zijn is meer dan trainen en koersen. Soms ontstaan er bij het doen van leuke activiteiten, ook naast het fietsen, vriendschappen die decennialang duren. En waarbij samen fietsen een verbindende factor blijft."
"Veel leden en ouders snappen best dat een club alleen kan blijven functioneren als je samen de handen uit de mouwen steekt. Maar als iedereen een beetje doet, komt het werk ook af."
Meer laagdrempelig worden
Hij ziet dat veel clubs vasthouden aan het presteren als hoofddoel. "Samen trainen om samen wedstrijden te gaan rijden. Gericht op prestatie. En voor clubs als bijvoorbeeld Willebord Wil Vooruit en WV Schijndel kan dat een prima insteek zijn, maar er zijn ook clubs waar je veel meer gericht kunt zijn op samen sporten op een meer laagdrempelig niveau. Kijk daarbij ook eens buiten je eigen kring, stel je clubhuis en parcours open voor nieuwe groepen fietsliefhebbers."
Ook is er behoefte aan een nieuwe manier van besturen. "Bij deze tijd past het soms beter om als clubleden samen te kijken naar wat er moet gebeuren en wie dat op zich neemt, in plaats van dat je begint bij het samenstellen van een bestuur met een voorzitter en een secretaris die de lijnen uitzetten. Kortom: meer van onderaf dan van bovenaf de club draaiende houden. En natuurlijk moet er iemand bepaalde administratieve taken op zich nemen, maar dat kun je ook met een kleine groep doen, waarmee je de taken verdeelt. Zodat niet één persoon daar druk mee is en er soms onderling miscommunicatie optreedt, maar dat er meer vanuit de behoefte en de mensen zelf zaken worden opgepakt. Want veel leden en ouders snappen best dat een club alleen kan blijven functioneren als je samen de handen uit de mouwen steekt. Maar als iedereen een beetje doet, komt het werk ook af."
Met andere ogen
En zo worden er met enige regelmaat clubs gered van een voortijdig einde. "Als een bestuur aangeeft, dat voor hen het moment gekomen is om een vereniging op te heffen, zijn er in de praktijk toch veel mensen die opstaan en vragen wat ze kunnen doen om dat scenario te voorkomen. Er zijn veel mensen zonder bestuurservaring die op zo’n moment de schouders er onder willen zetten. En die mensen kijken met andere ogen naar hoe je een club runt, maar ook waar behoefte aan is onder bestaande en mogelijk nieuwe leden. Dit soort clubs vinden zichzelf op zo’n moment letterlijk en figuurlijk opnieuw uit. En dat is voor sommige verenigingen ook broodnodig. We gaan als KNWU heus niet zeggen dat verenigingen niet door mogen op de oude voet, als dat draait en de leden daar achter staan. Maar ik denk wel dat er heel vaak in deze tijd – ook – behoefte is om samen te fietsen zonder het doel om elk weekeinde naar een klassieker te rijden ergens in het land. Het kan een overweging zijn om als club eens een enquête te houden bij de leden of potentiële leden over wat men verwacht of zou willen van de club?"
De KNWU werkt ook samen met Rabo Clubsupport waar verenigingen terecht kunnen voor advies en hulp bij genoemde vraagstukken van 16 – 31 maart. En natuurlijk kun je altijd contact zoeken met Henk van Beusekom om eens te sparren over hoe je jouw club een nieuwe of extra impuls kunt geven.
Foto's: KNWU, Sportfoto & Marco Loman