Magazine

"Wie nooit iets probeert, zal ook nooit iets fout doen"

augustus 2018

Ze hebben dezelfde schoenmaat. Exact dezelfde geometrie, ook. Voor Martijn Zijerveld (1981) was het twee jaar geleden dan ook simpel om bij wijze van sinterklaassurprise een op maat gemaakte fiets voor zijn vader te laten bouwen. Een titanium frame, Martijn bouwde hem zelf helemaal op. “Kon ik ‘m eindelijk ook eens iets teruggeven. En als hij het niks zou hebben gevonden, dan was ik er zelf wel op gaan fietsen.”

Ze fietsen nog vaak samen, vader en zoon Zijerveld. Dan spreken ze ergens halverwege Amsterdam-Noord en Amstelhoek af en drinken ze na afloop samen koffie in de tuin bij Peter en Emmie. Ze rijden een normaal tempo, die ritten zijn er toch ook voor om een goed gesprek te kunnen voeren. Het hoeft niet meer altijd tot het gaatje. Peter Zijerveld (1955, nu talentcoach bij KNWU) trainde zich sowieso al zo’n veertig jaar lang een slag in de rondte.

Van bordenwasser tot wielerprof

Het draaide in zijn leven niet altijd om sporten en trainen. Hij was in zijn jonge jaren een vrijbuiter die reizend met zijn duim omhoog met niet meer dan vijfentwintig gulden en een plunjezak door Europa trok. Ging hij tijdelijk aan de slag als tuinman of bordenwasser, overal is hij toen geweest. Met zijn vrouw woonde en werkte hij bij een opvanghuis voor kinderen en hij was zelfs nog een tijdje schaapsherder bij een kudde in Zevenhoven. Tussen die schapen in het gras van het Groene Hart stelde Peter Zijerveld zichzelf destijds ten doel om nog voor zijn vijfentwintigste ergens een contract bij een wielerploeg te hebben getekend. Dat lukte.

“Ik vond het geweldig om elke dag hard te mogen trainen. Maar het was uiteindelijk gewoon werk waarmee ik mijn gezin kon onderhouden.” Hoe hij het toen aanpakte, was zoals hij alles aanpakt. De dingen zelf uitvinden en je daarbij niks aantrekken van wat de buitenwereld ervan denkt. Zo’n instelling is prima voor een triatleet, maar het botste soms met de toen geldende opvattingen in het wielrennen. “Toen ik als triatleet begon, moest ik opeens gaan zwemmen. Dat had ik daarvoor nooit gedaan. In het wielerwereldje beweerden ze vroeger dat douchen al slecht voor je is. ‘Van water krijg je slappe benen’, zeiden ze dan.” Hij moet er nog altijd een beetje om lachen.

Sprinten om plaatsnaambordjes

Ze zijn selfmade men, zowel vader als zoon Zijerveld. Martijn werkt nu als productmanager en helpt bedrijven met hun digitale problemen en met social media. Al op zijn zestiende begon hij met werken. Eerst bij de thuiszorg, later in de ICT. Hij leerde het zichzelf gaandeweg, zijn mentaliteit is die van de skater die eindeloos nieuwe trucjes uitprobeert: blijven oefenen, telkens een stapje verder durven en zo nu en dan eens flink op je muil gaan. Jarenlang bezocht hij alle halfpipes en skateparken in Nederland en daarbuiten. Meestal gingen ze dan met z’n vieren, hijzelf, Peter, Emmie en zijn zus Jeanine. De wielersport was voor hem altijd dichtbij, maar kwam zo dicht op zijn huid dat hij zich er tijdelijk van afkeerde.

Vanaf z’n vierde keek hij al naar de Tour de France vanaf het bruine ribfluwelen bankstel in de zitkamer van hun woning in Uithoorn. Met een koerspetje van DAF-trucks op zijn nog veel te kleine hoofd en twee ovenwanten als handschoentjes. Hij ging als kind fanatiek BMX’en, er zit nog altijd een goede explosie in zijn benen. Toch hing zijn fiets lange tijd aan de wilgen. Pas toen hij tegen de dertig liep, wilde Martijn wel weer eens wat anders dan het skaten. Bij de wielerclubs waar hij vroeger altijd met zijn vader kwam zouden ze nu toch zo langzamerhand wel doorhebben dat hij niet net als z’n pa de topsport ambieerde? Hij werd vroeger gek van de almaar terugkerende vraag wanneer ook hij zou gaan koersen. Hij heeft die drang tot competitie nu eenmaal niet. Niet meer, althans. “Ik heb vroeger op de BMX genoeg wedstrijden gereden.” Zijn ritjes zijn die van de liefhebber die vaart mindert bij tegemoetkomend verkeer en regelmatig de tijd neemt om onderweg een mooi plaatje te schieten. Toegegeven, ze sprinten nog weleens om de plaatsnaambordjes. Peter moet dan van vroeg aan gaan, anders is hij geklopt. “En ik ben een heel slechte verliezer.”

"Als je als topsporter de hele dag de tijd hebt om met je vak bezig te zijn, dan ga je toch niet pas om half elf de fiets op?"

Peter Zijerveld

Handgeschreven trainingsdagboeken

In zijn beginjaren als profrenner eind jaren zeventig moest de trainingsleer voor wielrenners nog geschreven worden. Coureurs maakten trouw hun uren in het zadel en dat was het wel zo’n beetje. Peter interesseerde zich voor andere sporten, zoals atletiek, en las boeken van schaatscoach Henk Gemser. Hij ging er nog intensiever en vaker door trainen. ‘s Ochtends de intervalblokken en in de middag nog een uurtje of vier duurtraining. En dat dag in, dag uit.

Hij heeft alle schema’s nog in handgeschreven dagboeken op zolder liggen. Je kunt volgens hem eigenlijk nooit teveel trainen. Hij zag dat aan de jongens en meiden die de échte top wisten te halen en zonder uitzondering in staat bleken om meer en harder te trainen dan de rest. “Je moet het ontzettend graag willen en geen concessies doen, dan pas kun je slagen. Als je als topsporter de hele dag de tijd hebt om met je vak bezig te zijn, dan ga je toch niet pas om half elf de fiets op?” Hij heeft niet veel op met de toprenners die een foto posten van een koffiestop met een appelgebakje halverwege de training. “Maar misschien ben ik daarin wel wat ouderwets, hè.”

Persoon naast de atleet

Voor Martijn was dat nu net de reden om nooit de weg van de topsport in te willen slaan. Hij had als kind gezien hoe zijn vader de dagen in kaarsrechte blokken sneed. De maaltijden (“toen ik uit huis ging, heb ik de eerste vijf jaar geen bord pasta meer gegeten”), de uren in het zadel, eigenlijk was alles in Peters leven afgemeten als een maatschepje poeder in een bidon sportdrank. Hij zag ze komen en gaan, de wielertalenten die met zijn vader trainden, daar zaten ook de grote namen van nu tussen. Ze waren van zijn leeftijd, maar mochten nooit een frietje eten en gingen niet net als hij ‘s avond op stap. Allemaal koersten ze op de onzekere weg richting topsport, waar slechts plek is voor een handjevol volhouders en de rest maar moet zorgen om niet weggedrukt te worden. Dat lukt lang niet iedereen, zegt Martijn. Ineens kan de droom voorbij zijn. “En wat houd je dan nog over?”

De vraag hoe je jonge atleten al vroeg kunt helpen zichzelf ook naast hun sport te ontwikkelen, houdt hem sinds die tijd al bezig. Hij adviseert er een aantal, niet alleen sporters trouwens. Voor jonge artiesten geldt net zo goed dat ze het enthousiasme bij een brede groep mensen kunnen aanwakkeren door hun persoonlijke verhalen te vertellen, en dat op een manier die ook voor sponsors interessant kan zijn. “Dat is wel de kern van de boodschap die ik vertel: degene die je als persoon bent buiten de sport is juist inspirerend voor een groot publiek, want mensen herkennen zich daarin.” Andere sporten zijn daarin volgens Martijn sowieso al een stuk verder. “Een BMX-rijder zoals Nigel Sylvester kan zijn brood verdienen zonder zelfs aan topwedstrijden deel te nemen.”

Een blijvend litteken

Zijn vader was zelf een tijdje zo’n sporter die opeens met lege handen langs de kant kwam te staan. De crisis in het wielrennen hakte begin jaren tachtig meedogenloos in op het profpeloton en Peter belandde tussen de brokstukken. In 1980 reed hij nog een geweldig seizoen voor het team van HB Alarmsystemen. Werd-ie vijfde in Parijs-Nice en won de bergprijs in de Ruta del Sol, prestaties die ook ploegleiders José de Cauwer en Fred de Bruyne van DAF-trucks niet waren ontgaan.

Toen hij voor hun topploeg kon tekenen, twijfelde hij geen moment. In 1982 startte hij in de Tour de France in een ploeg met Hennie Kuiper en Adrie van der Poel. Het werd een lijdensweg. Al na de zesde etappe verliet hij de Tour vanwege een nierbekkenontsteking die hem liet rillen van de pijn. Zijerveld zag daarmee al zijn kansen voor een nieuw contract verdampen. “Ik werd als oud vuil aan de kant gezet. Dat ik me voor die mislukte Tour de France niet heb kunnen revancheren is een blijvend litteken op mijn sportcarrière. Ik vind dat nog altijd verschrikkelijk.”

Van bloemenverkoper tot triatleet

Om zijn gezin te onderhouden moest Zijerveld opeens met bossen bloemen langs de deuren van de galerijflats in Uithoorn. Hij stond ook nog een tijdje met goedkoop gereedschap op de markt, alles om wat centen te verdienen. Het weekblad Panorama maakte in die tijd reportages over renners aan de rand van het zwarte gat en nam contact met hem op. “Zo kwam er een heel verhaal over mij in dat magazine en Michel Lukkien kreeg dat onder ogen.”

Lukkien was de man die eind jaren zeventig sportgigant Nike naar Europa had gehaald en hij zocht naar een manier om het sportmerk verder onder de aandacht te brengen. De wereld was in de ban van de duursporten, iedereen liep in trainingspakken rond. Lukkien was bezig een ploeg triatleten te formeren en het leek hem wel wat om daar een ervaren fietser bij te hebben. “Ik heb eerst nog moeten opzoeken wat dat triathlon eigenlijk was”, bekent Zijerveld. “Ik ben toen met Gregor Stam naar de Verenigde Staten gegaan en heb er in vier weken leren zwemmen.” Meteen in zijn eerste seizoen eindigde hij al op het podium tijdens het NK lange afstand. 1985 werd zijn topjaar met winst in de triathlon van Veenendaal en het Europees kampioenschap op de middenafstand. “Ik heb tot mijn 35e aan triathlon gedaan. Ik vond het een fantastische sport.” Innoveren en proberen, dat was zijn aanpak. Altijd al geweest, trouwens. Wie nooit eens iets probeert, zal ook nooit iets fout doen. Vraag Peter anders eens naar die keer dat hij van een kennis een gloednieuwe aerohelm kreeg om mee te experimenteren. Had niemand toen nog, zo’n druppelhelm. Je had ze moeten zien kijken tijdens de wedstrijd waarin hij ‘m voor het eerst droeg. Hij had ‘m per ongeluk achterstevoren opgezet, wist hij veel. “Het was zo’n helm met een punt, maar niemand had me uitgelegd wat de functie daarvan was.”

"Dit jaar worden er over de hele wereld nationale kampioenschappen georganiseerd. Als ik er zo op terugkijk, hebben m’n pa en ik met Zwift best iets teweeggebracht."

Martijn Zijerveld

Unieke trainingsmethode

“Ik ben wel meer met materiaal bezig dan mijn vader, zo kun je dat wel zeggen, ja.” Martijn test als ambassadeur voor een aantal prominente fietsmerken voortdurend nieuwe producten. In 2014 werd hij als een van de eersten race leader op Zwift, het populaire programma waarbij je de fiets op de indoortrainer zet en aan een computer koppelt, zodat renners van over de hele wereld in je wiel kunnen plaatsnemen. Als virtuele wegkapitein voert hij op vaste tijden de troepen aan tijdens groepsritten over Watopia Mountain of het WK-parcours van Richmond. Fietsritten met een pittig aantal hoogtemeters en vol segmenten en klassementen. Talloze profs rijden er hun rondjes op momenten dat het buiten honden en katten regent.

Zo kwam het dat Martijn bij zijn vader vroeg naar trainingsschema’s waarmee hij een betere klimmer dacht te kunnen worden. Peter zag op zijn beurt de kansen van het trainen met Zwift. Samen versmolten ze de wereld van de intervaltrainingen op de weg met die van de virtuele competitie. Martijn moest het wel een aantal keer uitleggen, maar toen het kwartje bij zijn vader was gevallen, bleken ze toch zomaar een compleet nieuwe trainingsmethode te hebben bedacht. Een aanpak die bovendien nog nergens ter wereld door een wielerbond werd toegepast. Sinds de herfst van 2016 rijdt er op vaste tijden een groep renners in oranje KNWU-shirtjes over de wegen van het Zwift-eiland. Vorig jaar organiseerde de bond zelfs een virtueel NK. “Dit jaar worden er over de hele wereld nationale kampioenschappen georganiseerd”, zegt Martijn. “Als ik er zo op terugkijk, hebben m’n pa en ik met Zwift best iets teweeggebracht.”

Fietspioniers

Ze zijn pioniers met ieder een propvol portfolio. Waar Peter zijn dagbesteding altijd vooraf uitschreef in een strak trainingsschema en dat plichtsgetrouw uitvoerde, vangt Martijn zijn eigen onbevangenheid in snapshots die juist met terugwerkende kracht tonen hoe de dag is geplukt. @Imagehunters heet zijn populaire Instagram-account waarop vrijwel dagelijks foto’s van jaloersmakend fijne fietsmomenten verschijnen. Een fotogalerij als een fraai reisverslag door weer en wind en door telkens nieuwe fietslandschappen.

Ruim zeven jaar houdt hij zijn beeldendagboek inmiddels bij. Ergens middenin die eindeloze galerij staat één beeld dat sterk afwijkt van de rest. Op de fotokaart staat een man met een volle bos zwartbruin haar en een opvallend montuur. Hij draagt een zwarte koersbroek en een rood-wit shirt van HB Alarmsystemen. Naast het Instagramplaatje plaatste Martijn een opmerking tussen een wolk van hashtags. ‘Happy birthday to my old man, @peterzijerveld. It’s great when you can share a passion!’

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de Nederlandse Triathlon Bond.

Tekst: Martijn Sargentini
Foto's: Patrick Post, Martijn Zijerveld/ImageHunters, Jack Claassen

 

 

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren. Daarnaast vragen we je toestemming om analytische cookies en marketingcookies te plaatsen. Daarmee meten we het gebruik van deze website en kunnen we ons aanbod beter afstemmen op jouw voorkeuren. Deze cookies verzamelen persoonsgegevens. Geef hieronder aan welke cookies je wilt accepteren. Meer weten? Bekijk onze privacypagina.