Magazine

Winnen na blessure: diepe dalen, hoge pieken

Nieuweling Pepijn Reinderink maakte het afgelopen jaar de ups en down van het wielrennen mee. De renner uit Ruurlo scheurde bij een val in een veldrit zijn kruisband en meniscus, moest revalideren tot april, maar won vervolgens de Omloop van de Maasvallei en de Tour de la Basse Meuse. De moraal van zijn verhaal: blijf vertrouwen in een goede afloop. Maar ook: “Neem de tijd voor je revalidatie.”

Heb je eerder met zulke heftige blessures te maken gekregen in je wielerloopbaan?
“Ik ben wel eens gevallen, maar hield daar alleen schaafwonden aan over. Maar mijn blessure met een afgescheurde kruisband en een gescheurde meniscus in september 2017 was wel veruit de heftigste en pijnlijkste die ik ooit heb gehad."

Ben je tijdens het revalidatieproces aan je conditie blijven werken? Kon dat?
“In de eerste weken na de valpartij kon ik niets. Toen ik weer kon fietsen, ging ik meteen rijden op de rollerbank trainen. Later moest ik bij de fysiotherapie aan mijn spiermassa werken om van de hamstring een sterkere nieuwe kruisband te maken. Tot mijn operatie op 14 november 2017 heb ik alles gedaan om  na de operatie zo snel mogelijk te kunnen beginnen met revalideren. Na de operatie ben ik elke dag bezig geweest met revalideren tot mijn comeback in april.”

Hoe was het om weer te mogen trainen en later te mogen koersen?
“Nu ik wist hoe het was om niet te kunnen trainen op de racefiets, ging ik er steeds meer van genieten om weer buiten te trainen. Alleen begon ik het koersen na zeven maanden wel te missen. Meteen in het voorjaar reed ik in Woensdrecht, want ik wilde weten of ik al mee kon komen in het peloton. Het lukte aardig totdat ik zeven ronden voor het einde moest lossen. Dus dit was een motivatie om nog meer te trainen. Tijdens mijn tweede wedstrijd ging ik weer onderuit  en toen was ik er wel even klaar mee. Ondanks dat wilde ik zo graag weer koersen en vanaf dat moment ging het alleen maar beter.”

Ging het hele revalidatieproces en de frustratie van het niet mogen fietsen nog door je hoofd op het moment dat je je overwinningen behaalde?
“Nou eerlijk gezegd wilde ik er niet te veel aan terug denken. Maar toen ik solo weg reed in De Omloop van de Maasvallei wist ik wel dat alle trainingsdagen en opofferingen het allemaal waard zijn geweest. Bovendien werkte de frustratie wel een beetje positief, want nu wilde ik zo graag dat ik het kon omzetten in mooie overwinningen. Ook de overwinning, één maand voor de Omloop van de Maasvallei, in Tour de la Basse Meuse in Luik was geweldig. In alle drie de etappes op het podium eindigen en eindklassement winnen, dan weet je dat je weer terug bent op niveau.”

Heeft het hele proces je op de één of andere manier ook sterker gemaakt?
“Jazeker, doordat ik zoveel krachttraining deed heb ik nu veel meer spiermassa dan voorheen. Ik rijd nu veel betere tijdritten en kan veel beter langer en harder op kop fietsen. Ook mentaal ben ik sterker geworden, doordat ik zo’n grote klap heb gehad zijn andere tegenslagen beter te incasseren."

Wat hoop je nog te bereiken in het komende seizoen?
“Ik wil de Ronde van Twente, wat mijn trainingsterrein is, nog op mijn naam schrijven. Aan het einde van het seizoen zijn er nog twee grote wedstrijden in België en Luxemburg, ook daar hoop ik op dagzeges en goede klasseringen in het algemeen klassement. En ik ga in september mij weer volledig focussen op het veldrijden en hoop hier de aansluiting met de top weer te maken."

Nog een boodschap voor mensen die lang aan de kant zitten met een blessure?
“Ja, probeer alles even op je revalidatie te zetten. Dan kun je sneller weer terugkeren. En blijf rustig, niet te gehaast, want zo kan je nog langer aan de kant zitten, bijvoorbeeld als gevolg van overbelasting. En zoek een goede arts en fysiotherapeut die verstand hebben van sportblessures en revalidatie, zij hebben er bij mij mede voor gezorgd dat de revalidatie voorspoedig is verlopen.”