Magazine

De 10 tips voor het rijden van je eerste Funklasse wedstrijd

Fiets? Check. Helm? Check. Zin om te fietsen? Check. Deze belangrijke onderdelen voor je eerste wedstrijd kun je afvinken, maar waar moet je nog meer op letten en hoe ziet zo'n dag er eigenlijk uit? Op deze pagina geven wij je 10 tips voor je eerste Funklasse wedstrijd, zodat je helemaal klaar bent voor de start.

1
Begin op tijd

Begin op tijd met je voorbereiding, zodat je niet hoeft te stressen op de dag zelf. Dit geldt voor het controleren van je fiets (zijn je banden opgepompt en hoe loopt de ketting?) tot het alvast klaarleggen van je kleding (fietsshirt, jasje, ondershirt, fietsbroekje en handschoenen), materiaal (fiets en helm), voeding (drinken en eventueel gelletjes) en basislicentie (lees hier meer) de dag voor de wedstrijd.

2
Denk aan een goede voedingsbodem

Zorg op de dag van de wedstrijd voor een goede voedingsbodem. Zorg ervoor dat je lichaam de tijd heeft om de voeding te verwerken, zodat je er geen last van krijgt tijdens de wedstrijd of dat je zonder energie komt te zitten. Ongeveer 3 uur voor de wedstrijd kun je iets 'kleins' eten, denk hierbij aan muesli, een smoothie, krentenbollen, toetjes of druiven. Daarna kun je nog een snack (bijv. noten, zaden of rauwe groenten) pakken. Tijdens je wedstrijd is het verstandig om 60 gram koolydraten per uur in te nemen. Verdeel dit goed, want als je te laat begint met 'aanvullen' kun je dit later lastig bijhouden. Zit je langer dan een uur op de fiets, dan is het aan te raden om 200-250 ml per kwartier te drinken. Denk hierbij aan een dorstlesser. Na afloop doe je er goed aan om snel wat te drinken en te eten. Hier kun je denken aan brood, pasta en/of fruit.

3
Vertrek op tijd

Vertrek op tijd voor de wedstrijd; een mooie richttijd is om een uur voor de start aanwezig te zijn. Zo heb je ruim de tijd om je startnummer op te halen (tip 4), een laatste check te doen (zie tip 5), een warming-up te doen (tip 6) en je op te stellen (tip 7).

4
Schrijf je (alsnog) in

Schrijf je - mits je dit nog niet hebt gedaan en dit bij de betreffende wedstrijd kan - in bij de inschrijftafel met je (basis)licentie. Hier krijg je ook direct je startnummer en spelden uitgereikt. Vraag hier ook aan welke kant de jury zit, zodat je het rugnummer aan de juiste zijde van je shirt kunt opspelden.

5
Check, check, dubbelcheck

Doe een laatste check van je fiets. Tijdens een wedstrijd is het gebruik van materialen zoals een zadeltasje, een bel of een spatbord namelijk niet toegestaan. En zijn je banden nog steeds op de juiste spanning?

6
Begin aan je warming-up

Begin op tijd aan je warming-up, zodat je opgewarmd aan de start staat. Hoe lang een warming-up dient te zijn is persoonlijk, maar wees niet bang om je alvast een keer kortstondig op wedstrijdintensiteit in te spannen. Probeer in ieder geval te blijven bewegen totdat je naar de start gaat.

7
Ga op tijd naar de startlijn

Vanaf ongeveer 10 minuten voor de start zal de jury beginnen met het opstellen van de renners. Zorg ervoor dat je dus tijdig aan de startlijn staat, zodat je weet waar je mag gaan staan.

8
Bedenk een plan

Het kan helpen om van tevoren een tactisch plan te hebben, zodat je rekening kunt houden met diverse racesituaties. Sparen voor de eindsprint vraagt een andere tactiek dan mee springen in een groep van vluchters.

9
Luister goed

Luister tijdens de wedstrijd goed naar de aanwijzingen van de jury. Zo ben je altijd op de hoogte van tussensprints, hoeveel rondes je nog moet en of er een valpartij is geweest waarvoor je moet oppassen.

10
Na de finish

Lever na afloop je rugnummer weer in bij de inschrijfbalie en neem je basislicentie terug in ontvangst. Mocht je bij de eerste drie finishen, vergeet dan niet te blijven voor de podiumceremonie.


Buiten deze tips is het vooral belangrijk om te genieten van de dag en de wedstrijd zelf. Bedenk na afloop van de wedstrijd wat er goed ging (en wat minder goed ging) en houd daar rekening mee in je trainingen en voorbereidingen op je volgende wedstrijd.

Veel succes!