Magazine

De eindeloze wereld van BMX Freestyle

Voor een sport die vanaf 2020 Olympisch is, weten we eigenlijk nog maar weinig van BMX Freestyle. De rijders voeren de knapste tricks uit, maar wat drijft hen nou eigenlijk? Voor een antwoord op die vraag spraken we met Nederlands medaillekandidaat Daniel Wedemeijer.

Vraag een Amerikaan waar BMX Freestyle uitgevonden is, en hij zal zeggen ‘In the States!’. Vraag een Nederlander waar de sport vandaan komt, en hij wijst naar ons koude kikkerlandje. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden. Feit is wel dat BMX Freestyle Park - zoals deze BMX-variant officieel heet - in al die jaren zó is geëvolueerd dat de sport een plekje op het allerhoogste podium heeft verdiend: de Olympische Spelen. Een nieuwe stap, nadat de World Tour de rijders al naar landen als Japan, Frankrijk, Amerika, Hongarije, China en Kroatië bracht.

Om maar eens aan te geven hoe internationaal de sport is: het huidige seizoen begon in Saoedi-Arabië, waar tien toprijders werden uitgenodigd voor een wedstrijd. Onder hen ook Neerlands trots Daniel Wedemeijer. De door Red Bull gesponsorde rijder zag er het nut wel van in. “Het was lekker voor mijn wedstrijdritme en direct een goede training. We reden wedstrijden op het park van organisator FISE, met dezelfde ramps als op het WK.”

Thuisbasis in Eindhoven

Op momenten dat Wedemeijer niet de wereld over vliegt, is hij in Eindhoven te vinden. Speciaal voor zijn sport verhuisde hij van Amsterdam naar de Brabantse hoofdstad om nog meer uit zijn carrière te kunnen halen. In Eindhoven kan hij namelijk dagelijks terecht in het 040 Bike Park. Een gigantische hal vol ramps, bowls en meer halsbrekende obstakels dan je lief is. “Daar ben ik zoveel mogelijk te vinden. Ik probeer zes dagen in de week op de fiets te zitten. Daarnaast train ik veel thuis. Op zolder heb ik gewichten, elastieken, een matje, springtouw en een fitnessbal. Van die kleine dingen waar je heel ver mee komt.”

Het 040 Bike Park is volgens Wedemeijer gebouwd op wedstrijdniveau. Het is dan ook dé plek waar Team NL verzamelt om te trainen. “Dit is waar alles samenkomt. Het Bike Park gaat straks nog samen met het naastgelegen Area 51 skatepark. Dan wordt onze hal drie keer zo groot en kunnen we nog meer obstakels in verschillende formaten bouwen.”

Die eindeloze mogelijkheden maken het Eindhovense park de perfecte uitvalsbasis, vindt hij. “In deze sport kun je je nooit voorbereiden op wat komen gaat. Dat maakt het ook freestyle. Elke WK-baan is weer anders. Elke transition , de gradenhoek van een ronding, is verschillend. Dus hoe groter en gevarieerder ons park is, hoe beter we ons kunnen voorbereiden.”

Team NL

‘We’ is in dit geval het onlangs opgerichte Team NL, waarbij de KNWU en het Centrum voor Topsport en Onderwijs in Eindhoven, kortweg CTO Zuid, samenwerken om de rijders optimaal te ondersteunen. Voordien kwamen de rijders één keer per week samen om te trainen, nu is dat opgeschroefd naar vier maal. Trainen gebeurt onder leiding van coach Pim van den Bos. Niet toevallig ook de eigenaar van het 040 Bike Park. Naast Wedemeijer behoren ook Shanice Silva Cruz, Tom van den Bogaard, Stuart Gibson en Levi Weidmann tot zijn pupillen.

De nieuwe, intensieve samenwerking werd afgelopen najaar beklonken en moet ertoe leiden dat de sport verder professionaliseert. Coach Van den Bos is dan ook blij met deze nieuwe stap. “Met de Olympische status gaan de deuren om de sport te professionaliseren makkelijker open en word je meer gezien als gelijken.” De voordelen ziet hij al direct. “Wij hebben nog nooit ondersteuning gehad op gebieden als krachttraining, medisch en paramedisch, voeding, innovatie, onderwijs en wonen. Mooi dat we die opties krijgen binnen het CTO Zuid.”

"Door plezier te hebben met vrienden, ontstaan weer nieuwe tricks en combinaties."

Daniel Wedemeijer

Wie is de beste?

Tijdens de trainingen ligt de focus vooral op herhalen, herhalen en nog eens herhalen. Pure hersentraining, legt Wedemeijer uit. Alle tricks moeten als het ware in het brein van de rijder slijten. “Het moet een automatisme worden.” Iets nieuws uitvinden is er haast niet bij, vertelt hij. “Alle tricks zijn al bedacht voordat ik op de fiets zat. Wel kun je een nieuwe combinatie van bestaande tricks maken. Een achterwaartse salto met je handen los, bijvoorbeeld. Of een backflip waarbij je eerst je stuur omdraait en daarna je handen los laat. Alles is eindeloos uit te breiden, je bent constant aan het spelen. Door plezier te hebben met vrienden, ontstaan weer nieuwe tricks en combinaties.”

Wie de sport een tijdje volgt, merkt dat elke rijder zijn eigen stijl heeft. De één gooit er met regelmaat een front flip uit en de ander kiest juist voor een creatief gebruik van het parcours. “Ik sta erom bekend dat ik met mijn achterwiel op het hek van het VIP-gedeelte ga staan en dan weer terug de baan in kom”, lacht Wedemeijer.

De kijker krijgt korte wedstrijden bomvol actie voorgeschoteld. Maar in één oogopslag zien welke rijder het best presteert? “Dat is erg lastig”, geeft Wedemeijer toe. “Mijn vriendin, die altijd meegaat, snapte in het begin ook niet waarom de ene trick meer punten krijgt dan de andere. Daarvoor moet je de sport lang meemaken. Dan leer je ook de namen van alle tricks kennen.”

BMX Freestyle is dus een echte jurysport. Om tot een eindoordeel te komen, houden de juryleden alle actie nauwlettend in de gaten. “Ze kijken naar je stijl, de moeilijkheid van je trick, het parkgebruik, de combinaties van tricks en ramps, je hoogte, je snelheid… Dat gaat eindeloos door, want een standaard score per trick bestaat niet.” Hoewel de sport hierdoor moeilijker is te volgen, is dat direct ook de charme van BMX Freestyle. “Je kunt elke renner wel bepaalde lijnen laten rijden om hem zijn tricks te laten doen, maar dan zou het geen freestyle sport meer zijn.”

Vrienden of concurrenten?

De Olympische status zorgt er dus voor dat BMX Freestyle in een stroomversnelling terecht is gekomen. Met centrale trainingen in Eindhoven en een breed pakket ter ondersteuning moet dat in 2020 leiden tot medailles in Tokyo. Een geweldige ontwikkeling, vindt Wedemeijer. Toch ziet hij ook een andere tendens. De professionalisering zorgt er namelijk voor dat rijders elkaar meer als concurrenten beschouwen.

“Alle jongens in de internationale top, zo’n dertig tot veertig, trainen met elkaar. We hoeven elkaar maar berichtjes te sturen en hebben dan snel een plek gevonden om af te spreken. Het is een heel vriendschappelijke sport. Door de Spelen krijg je een duidelijke scheiding in landen. Er is een lijn getrokken. Vroeger trainde ik vaak met de rijder uit België, maar straks kijk je elkaar bij wijze van spreken bijna niet meer aan. Dan is het niet meer ‘Team Vrienden Onder Elkaar’, maar Team NL.”

Wedemeijer noemt dat ‘niet per se een negatieve ontwikkeling’. “Maar het verandert de sport wel. Het is minder freestyle dan het was. Vroeger trainden we wanneer we daar zin in hadden of zodra de zon begon te schijnen. Nu gebeurt dat op vaste tijden. Dat is iets waar ik heel lang naar heb uitgekeken. Meer ritme, meer aandacht voor voeding en krachttraining. Ik merk nu al dat het werkt.”

Niets is onmogelijk

Hij kan er niet alle credits voor opstrijken, maar de huidige ontwikkelingen zijn toch zeker mede aan zijn eigen doorzettingsvermogen te danken. Terwijl iedereen in zijn omgeving riep dat er nog nooit een Nederlandse Freestyler zijn brood met de sport had verdiend, bleef Wedemeijer hardnekkig volhouden. “Dat kon volgens mij maar één ding betekenen: niemand was er nog echt voor gegaan. Serieus, je hoeft mij niet te vertellen dat iets onmogelijk is.”

Hij hoopt dat het pad nu geëffend is. “Hopelijk zijn er straks kids die er ook voor gaan. Maar dan wel op een goede manier en niet alleen met de Olympische droom in hun hoofd. Want de kans dat je het dan haalt, is in deze sport heel klein.”

Dit moet je weten over BMX Freestyle

Vanaf de Spelen van 2020 in Tokyo is BMX Freestyle een Olympische discipline. Dan strijden negen mannen en negen vrouwen om de felbegeerde medailles. Tijdens twee runs van elk één minuut is het de bedoeling om zoveel mogelijk sprongen te maken en trucs te laten zien. Creativiteit is hierbij belangrijk, want de jury bepaalt hoeveel punten je voor elke sprong/truc krijgt. Maar ook zaken als je stijl, snelheid en gebruik van het park wegen mee. De rijder met de meeste punten wint.