Magazine

Nederlandse sprinters maken indruk in Manchester

Ook bij de tweede wereldbekerwedstrijd op de baan mengde de Nederlandse baanploeg zich nadrukkelijk in de strijd om de prijzen. Zeker de sprinters konden na afloop van de wedstrijden in Manchester met tevredenheid terugkijken. Met name de winst van Harrie Lavreysen in het sprinttoernooi imponeerde. Bovendien won Shanne Braspennincx zilver op de keirin en waren de teamsprinters goed voor brons. In de duurploeg tekende Wim Stroetinga voor brons op de scratch.

Harrie Lavreysen toonde vorige winter al zijn klasse en zijn mogelijkheden met de toen nog enigszins verrassende zilveren medaille op het WK baanwielrennen in Hong Kong. In Manchester won hij zijn eerste grote sprinttoernooi. Uiteraard iets waar de Brabander met trots en tevredenheid op terug blikte. “We hadden er bewust voor gekozen om mij na de kwalificatie op de teamsprint – waarin we de snelste tijd neerzetten – te laten vervangen door Sam Ligtlee. In Prusków was ik aardig op aan het einde van het sprinttoernooi, waar ik de strijd om brons verloor. In Manchester betaalde die beslissing me wat te sparen zich uit, want ik was een stuk frisser. Voor het eerst had ik bovendien het gevoel dat ik enkele manches foutloos heb gereden. Dat geeft een fijn gevoel en veel vertrouwen. Richting het WK in Apeldoorn wil ik nog zo vaak als mogelijk sprintritten rijden op dit niveau, omdat ik daar van leer. Het resultaat is daarbij nog niet eens het belangrijkst, maar de ervaring moet de winst zijn. Maar natuurlijk ben je wel heel blij als het lukt om te winnen.”

Sterk in breedte
Ook sprintcoach Bill Huck was een content man op Britse bodem. “De zege van Harrie was zeker het hoogtepunt van onze prestaties hier. Hij toont hier nog eens dat hij een podiumkandidaat op dit nummer is voor het wereldkampioenschap op de baan in Apeldoorn. Maar ook de andere Nederlanders toonden hun mogelijkheden richting die wereldtitelstrijd in eigen land. Een andere prestatie die er uitsprong was de winst van Matthijs Büchli op de keirin, na zijn val in het sprinttoernooi, stond hij er weer. Dat was indrukwekkend. Met twee teams op het podium in de teamsprint kon ik ook tevreden zijn.

Er is veel onderlinge competitie, maar dat is alleen maar goed voor het niveau.

Bondscoach Bill Huck

Ook de vrouwen presteerden sterk hier. Shanne Braspennincx pakte zilver op de keirin en greep net naast een medaille op de sprint. De voor Matrix uitkomende Laurine van Riessen stond zelfs twee keer op het podium. Het was bovendien prettig om Elis Ligtlee weer in actie te zien. De kwalificatietijd van elf seconden was op dit moment prima, een resultaat waarmee ze verder kan. In de hele breedte beschikken we met het oog op Apeldoorn over een hele sterke selectie. Uiteindelijk gaan de mensen met de beste tijden en de beste WB-resultaten Nederland vertegenwoordigen op het wereldkampioenschap. Er is veel onderlinge competitie, maar dat is alleen maar goed voor het niveau.”

Duurploeg presteert naar behoren
Peter Schep ging als bondscoach van de duuronderdelen met één medaille naar huis. Maar de voormalig wereldkampioen op de puntenkoers had vooraf ook niet al te hoog ingezet. Hij miste zijn vaste medaillekandidaat Kirsten Wild en wilde bij haar afwezigheid vooral punten scoren op een aantal onderdelen. “Dat Mylene de Zoete dan nog bij de eerste tien rijdt bij de scratch is eigenlijk heel sterk. Voor hetzelfde geld heeft zo’n jonge renster op dit niveau het moeilijk om te volgen. Samen met Nina Kessler presteerde ze ook sterk in de madison, waar het Nederlandse koppel goed meedeed, maar veel punten halen was natuurlijk lastig in dit veld. Nina toonde ook verbeterd te zijn op het omnium.”

Voor hetzelfde geld heeft zo’n jonge renster op dit niveau het moeilijk om te volgen.

Bondscoach Peter Schep

Bij de mannen was er medaillesucces voor Wim Stroetinga: brons op de scratch op vrijdagavond. Schep: “Wim is zwaar gevallen bij het EK in Berlijn. Met die bronzen plak laat hij zien dat de snelheid weer helemaal terug is. Op conditie was het voor hem en Yoeri Havik wel wat lastiger op de madison. Maar dat komt op de langere termijn ook goed. Over Roy Pieters tenslotte was ik op het omnium heel tevreden. Hij wordt zesde. Na een solide start op de eerste onderdelen, weet hij zich in de puntenkoers nog echt verder naar boven in de uitslag te werken. Dat was knap. Al met al ben ik dus ook tevreden.”