Magazine

Pioniers zien nieuwe lichting oogsten

Veldrijden is big business. Ook voor veel Nederlandse crossers. De toppers verdienen momenteel genoeg om daar nog lang op te teren. In de jaren zeventig en tachtig bloeide de cross ook op, maar die eerste stapjes naar een professionelere sport zijn niet te vergelijken met de wereld van nu, vinden Hennie Stamsnijder en Rein Groenendaal.

Mathieu van der Poel was bij de junioren al zo’n groot talent dat hij wereldkampioen op de weg én in het veld werd. De Brabander tekende een contract
voor vier seizoenen bij Corendon-Circus, dat onlangs opnieuw werd opengebroken. Ruim een miljoen euro krijgt hij jaarlijks op zijn bankrekening gestort. Hoe anders was dat in de eerste bloeiperiode van de sport, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, toen mannen als Hennie Stamsnijder en Rein Groenendaal de cross een gezicht gaven. Stamsnijder weet nog goed hoe hij de stoute schoenen aantrok en zich helemaal op het crossen stortte. “Ik was lid van de militaire ploeg en had het goed daar. Maar toen ik terug kwam van de Olympische Spelen in Montréal in 1976 mocht ik mijn spullen inleveren. Ik kreeg een baan bij de belastingdienst en werkte van acht tot vijf. Trainen moest ik ‘s avonds. Toen dacht ik ‘is dit nu wat ik wil?’. Ik wilde meer uit mijn wielerloopbaan halen en voor het fietsen gaan. In die tijd werd er in Nederland of in Vlaanderen nog nauwelijks aan startgeld gedaan. In Zwitserland wel. Daarom, en omdat je daar een betere crosser kon worden op die selectieve parcoursen, vertrok ik naar die wedstrijden. Eerst met één en later met twee mensen om mij en mijn materiaal te verzorgen. Druk was er altijd, want als je geen prijs had wist je niet of je genoeg geld had om weer thuis te komen. Het is me nooit gebeurd, maar ik had er zomaar kunnen stranden.”

"Zonder prijs wist je niet of je genoeg geld had om weer thuis te komen"

ALLES IN OVERVLOED
Rein Groenendaal loopt nog veel op de crossparcoursen rond en ziet dat de sporters het heel wat beter voor elkaar hebben dan hij destijds. “Wij werden geen miljonair, maar we konden een boterham verdienen. Ik stond onder contract bij Skala en reed voornamelijk in het veld voor hen. Incidenteel ook wel op de weg, als dat uitkwam. Je trok voornamelijk je eigen plan. Maar de renners van nu krijgen hun materiaal bij de koers, er staat een bus of camper klaar en personeel om hun fietsen in gereedheid te brengen. Dat heeft ook nadelen, want soms zie ik renners die geen idee hebben hoe ze hun materiaal weer in orde kunnen maken tijdens de wedstrijd. Gaan ze minutenlang lopen, terwijl het soms best simpel op te lossen is. Als je maar iets van je fiets snapt, denk ik dan.” De bandenkeuze is ook enorm toegenomen, stelt Groenendaal. “In onze tijd had je banden die 27 of 28 millimeter breed waren. Die probeerde je zelf meer grip te geven door ze een zomer lang hard opgepompt in de schuur te hangen. Nu hoeven ze maar te roepen of ze een Rhino of een gladde band willen. Alles is in overvloed aanwezig. Ze hebben allemaal vakmensen tot hun beschikking. Medische testen moest ik vroeger zelf regelen. De mensen die me hielpen kregen weleens wat geld toegestopt, maar ze waren ook blij als ik ze aan het einde van de winter mee uit eten nam. Nu hebben die teams personeel in dienst.” De cross is erg veranderd, vindt hij. “Omdat het in Vlaanderen zoveel op televisie komt, is de sport veel meer op de Belgische wedstrijden gericht. Vroeger was alleen het WK live te zien en kwam de NOS weleens bij een nationale cross kijken als er goede deelnemers waren. De focus is nu op de Belgische markt gericht, daar valt ook het geld te verdienen. Het maakt de sport schraler, want vooral de Belgen en Nederlanders komen bij de mannen uit de verf. Dat zie ik voorlopig niet veranderen. Terwijl de sport in de andere categorieën best internationaal is.”

MEER MOTIVATIE
Hennie Stamsnijder vond het veldrijden in Nederland vroeger behoudend. “Aanvankelijk werd mijn meer professionele aanpak niet met ope armen ontvangen. In Nederland had de KNWU het Beck’s Bier-klassement, te vergelijken met de topcompetitie nu. De winnaar kreeg 500 gulden en de meeste crossers reden hier. De bond zag natuurlijk het liefst ook de beste crossers in eigen land, maar zonder startvergoedingen kon ik mijn sport niet beoefenen. Bovendien vond ik het niveau niet hoog genoeg. Ik zocht liever tegenstand van de Zwitsers, die toen toonaangevend waren. Maar als ik dan een keer in Nederland crosste, had ik niet zoveel punten en moest ik van achteren mannen als Rein Groenendaal zien terug te halen. Het motiveerde me alleen maar meer.” Later kwam die waardering wel en incasseerde hij net als Henk Baars, Rein Groenendaal en Herman Snoeijink dankbaar de startgelden. Maar vanzelf ging dat allemaal niet. “Soms verbaas ik me erover hoe dat vooral in Vlaanderen uit de hand is gelopen. Een belofte als Jens Dekker verdient meer en heeft een betere omkadering dan ik in mijn begintijd als prof. Campers waren er nog niet en je kleedde je om bij mensen thuis. Als er kleedkamers waren, zat je daar voor en na de koers met elkaar de wedstrijd door te nemen. Dan was de onderlinge strijd van tijdens de cross weer vergeten.”

FINANCIEEL ONAFHANKELIJK
“Ik schrik ervan als ik zie hoe een juniorentopper nu al een camper mee krijgt en een trainer heeft, die hij na afloop van elke training zijn gegevens laat uitlezen. Het ziet er mooi uit aan de buitenkant, maar denk ook eens aan de druk die deze jongens al op hun zestiende ondervinden. De sponsor betaalt, maar wil er ook wat voor terug. Op sommige fronten is die commercie doorgeslagen. Begrijp me niet verkeerd, ik gun die toppers van het veld hun geld. Het is mooi dat iemand als Lars Boom al financieel onafhankelijk kon worden in het veld voordat hij naar de weg doorstroomde. Mathieu van der Poel zal zijn voorbeeld misschien wel volgen. Gelukkig is vader Adrie er nog om het in goede banen te leiden. Die staat nog altijd letterlijk en figuurlijk met zijn voeten in de modder. Ik gun het de toppers dus absoluut. Het is mooi dat we daar ooit de eerste stappen in hebben gezet.”

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens. Hieronder kun je aangeven welke andere soort cookies je wilt accepteren. Wil je meer weten? Bekijk dan onze privacy pagina.