2026 is het Jaar van de Vrijwilliger. In het kader daarvan besteden we elke maand aandacht aan een andere vrijwilligersfunctie binnen de KNWU en de wielersport. Want, onze sport kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Deze maand vertellen Angelique Smink en Rebecca Neus-Wichman waarom zij het zo leuk vinden om chef d'equipe te zijn tijdens BMX-wedstrijden.
Voor deelnemers aan internationale BMX-wedstrijden zijn de chef d'equipes een steun en toeverlaat, waar ze in hun eigen taal terecht kunnen. Om hun riderspack te krijgen, maar ook bij vragen en protesten bij de jury bijvoorbeeld. Als vrijwilliger staan ze van 's morgens vroeg tot 's avonds laat klaar voor alle Nederlandse deelnemers en vervullen zo een belangrijke maar ook dankbare rol. Angelique Smink en Rebecca Neus-Wichman zijn blij zoiets voor hun geliefde BMX-sport te kunnen betekenen.
Voor Rebecca begon het allemaal zelf op de BMX-fiets. "In 1984 ben ik begonnen als rijder en later bleef ik als ouder van BMX’ende kinderen ook nauw betrokken bij de sport. Ik weet uit mijn eigen ervaring wat een chef d’equipe kan betekenen voor de rijders – ik heb dat zowel in de champions- als challenge-klasse mogen ervaren en daardoor wist ik ook wat te verwachten toen ik werd benaderd voor die taak."
Voor Angelique begon het hele BMX-avontuur in 2008 met een verjaardagspartijtje van haar oudste zoon, die toen 5 jaar oud was. "Die was direct verkocht en na het behalen van het zwemdiploma gingen we het wedstrijdcircuit in. Je begint dan met vrijwilligerswerk bij de club en voor je het weet, word je enthousiast gemaakt voor deze taak." Beide chefs begonnen met een keer meelopen als assistent, ze behoren nu tot een team van vijf chefs en nog wat meer assistenten. Dat betekent ook dat ze niet elke keer deze rol vervullen, maar elkaar regelmatig afwisselen.
"Ik vind het heel dankbaar werk. Zeker als het gaat om kinderen, waarvan de ouders op dat moment niet op bepaalde delen van het wedstrijdterrein mogen zijn, dan kun je soms net het verschil maken."
Dankbaar werk
In de BMX-wereld is het zeer gangbaar dat ouders de handen uit de mouwen steken om wedstrijden te laten doorgaan, als jurylid, baancommissaris of in het Parc Fermé bijvoorbeeld. Angelique: "Ondertussen rijdt nog maar één van onze twee zonen in BMX-wedstrijden mee, maar wij zijn er eigenlijk altijd bij. Belangrijkste is dat je betrokken blijft bij de sport, anders mis je denk ik toch de aansluiting enigszins. Als ik chef d’equipe ben, slokt dat mij wel redelijk op. Maar ik vind het heel dankbaar werk. Zeker als het gaat om kinderen, waarvan de ouders op dat moment niet op bepaalde delen van het wedstrijdterrein mogen zijn, dan kun je soms net het verschil maken. Door te regelen dat een moto wordt uitgesteld in geval van materiaalpech, het indienen van een protest over een uitslag of door ze even op hun gemak te stellen. En omdat ze vaak geen Engels spreken, kunnen we ook vertalen als ze met een blessure bij de EHBO moeten zijn." Rebecca erkent dat het vaak hectische dagen zijn. "We zijn als eerste op de baan op het moment dat de rijders hun packs ophalen en we gaan pas weer als de laatste training of wedstrijd geweest is. Dat zijn best lange dagen, maar ik vind het leuk om te doen. Je bent toch het Nederlandse aanspreekpunt, zeker voor de Challengerijders, als ze even een helpende hand nodig hebben."
Kom een keer helpen
Angelique vindt het leuk om te merken dat hun functie gewaardeerd wordt. "Soms krijg je een bedankje van een rijder of ouder omdat je iemand hebt kunnen helpen. Het is leuk om positieve feedback te krijgen. En soms ben je geen chef d’equipe bij een wedstrijd, maar ben je toch dat bekende gezicht waar ze even hun verhaal of vraag kwijt willen. En dat kan dan natuurlijk ook." Volgens de dames is er altijd behoefte aan meer helpende handen. "We hebben dit jaar een uitvraag gedaan naar assistenten en daar ook wel wat nieuwe mensen aan overgehouden. Maar vooral mannelijke chefs zijn schaars momenteel. En voor de balans is het altijd mooi als ons team wat meer in evenwicht is wat dat betreft."