Een jaar geleden reed Michiel Mouris naar de wereldtitel tegen de klok bij de junioren, nu is hij geselecteerd voor zijn eerste WK weg bij de beloften, waar hij voor de dubbel wegwedstrijd en tijdrit mag tekenen. Ambities zijn er zeker, maar de verwachtingen zijn wel anders dan bij de vorige mondiale titelstrijd.
"Ik ben nu minder een favoriet dan bij de junioren"
Het seizoen 2026 heeft hij als intensief maar ook heel positief ervaren. Als belofte uit het opleidingsteam van Red Bull-BORA-Hansgrohe reed hij ook al direct tegen menig WorldTour-prof. Was tweede in de proloog van de Istrian Spring Tour, derde in de tijdrit van de Sibiu Cycling Tour en in de afgelopen ZLM Tour eindigde hij tussen de WorldTour-profs maar net buiten de top tien in een sterk veld in de lange openingstijdrit: elfde. "Eigenlijk waren het begin van het seizoen en de afgelopen wedstrijden voor mijn gevoel het best. Daartussen heb ik ook wel een periode gehad dat het wat lastiger was om goed te volgen. Maar de Toekomstronde ging goed en vervolgens was ik ook heel blij met mijn niveau in de ZLM Tour. Het maakt dat ik wel met vertrouwen af kan reizen naar Canada.”
Realisme voert boventoon
Aan vertrouwen en ambitie ontbreekt het niet. Maar hij is ook realistisch. “De wereldtitel bij de junioren van vorig jaar heeft me wel extra gesterkt in het idee dat ik me wil blijven doorontwikkelen op deze discipline. Bij mijn team is er ook veel tijd besteed aan mijn houding en materiaal door onder meer aerotesten. Verder is het ook echt een groot verschil om in deze nieuwe categorie te koersen, zeker als je ook met de WorldTour-renners op pad gaat. Er is vel meer personeel voor ons als renners beschikbaar en de zaken worden over de hele breedte professioneler aangepakt. Mijn ambitie is om een goede tijdrit te rijden in Canada. We moeten het parcours ter plekke nog verkennen, maar wat ik er zo van gezien heb, zou mij moeten liggen. Het is vrij vlak en er zitten ook wat technische stukken met bochten in. Daar houd ik wel van. Van mij mag er in een tijdrit best even een kort rustmoment zitten op weg naar een bocht om daarna weer naar je maximale snelheid op te trekken. Ik wil er vol voor gaan en hoop dat ik na afloop honderd procent tevreden kan zijn over de uitvoering. Welke uitslag daaruit rolt, durf ik niet te voorspellen. Ik ben nu minder een favoriet dan bij de junioren. Er zijn heel veel sterke renners in deze beloftencategorie en ik heb nog lang niet tegen iedereen gereden. Dus het is lastig inschatten hoe ik me verhoud ten opzichte van de concurrentie.”
"Onlangs zijn we samen met bondscoach Tom Leezer drie dagen in Limburg gaan trainen"
Trainen in Limburg
Na de tijdrit komt hij ook uit op de wegwedstrijd. “We hebben met TeamNL een sterk blok staan. Onlangs zijn we samen met bondscoach Tom Leezer drie dagen in Limburg gaan trainen. Ik denk dat we sterke renners in onze ploeg hebben en dat we voor een mooi resultaat kunnen gaan. Ik schat in dat ik persoonlijk niet direct één van de potentiële afmakers in ons team ben. Het is een zwaar parcours en ik ben niet de lichtste van onze groep. Maar de vorm is er wel, dus ik hoop me tot het einde in te zetten voor een mooi resultaat.” Daarna is er ook nog het EK in Slovenie. Ook vorig jaar reed Mouris in relatief korte tijd deze twee kampioenschappen. “Maar nu zijn de tijdritten gelukkig later in het programma opgenomen, ik heb nu een week thuis voordat ik weer doorreis. Ook omdat ik op het EK alleen de tijdrit rijd. Vorige keer gingen we direct door, dat was toen wel wat veel van het goede.” Mouris ziet dankzij het wielrennen steeds meer van de wereld. “Het WK in Rwanda was een jaar geleden mijn eerste verblijf buiten Europa, Canada is de tweede verre bestemming. Ik vind het een mooie ervaring, al komen we natuurlijk vooral om te fietsen.”
Ook in het veld mogen we hem deze winter verwachten. “Dat zal wel een kort seizoen worden, want ik verwacht pas halverwege de crosswinter van start te gaan. Ik rijd namelijk na de kampioenschappen ook nog de Eneco Tour en dan ga ik eerst even rusten en bekomen van mijn eerste wegseizoen bij de beloften.”