Magazine

Trainen met Olav Kooij

Niet iedereen zal voluit roepen dat 2020 zijn jaar was. Wielertalent Olav Kooij van Jumbo-Visma heeft weinig klagen over het voorbije kalenderjaar. In zijn eerste beloftenseizoen wist hij verschillende zeges te behalen. Zo dwong hij bovendien een profcontract af dat halverwege 2021 zal ingaan. De Zuid-Hollander heeft zijn sprint als belangrijke troef en hoopt zich op WorldTour-niveau nog verder te ontwikkelen. Opleiding is een belangrijke pijler onder dat streven.

"Ik ging ervan uit meer tijd nodig te hebben om de top te bereiken."

Olav Kooij

Nee, erkent hij terugkijkend op 2020, zo’n goed debuutseizoen had hij ook niet verwacht bij de elite/beloften. “Een jaar geleden zag ik 2020 echt als een nieuw begin. Ik verwachtte te moeten wennen aan de beloftenkoersen na mijn seizoenen bij de junioren.  Ik ging ervan uit meer tijd nodig hebben om de top te bereiken. Met de komst van het Jumbo-Visma Development Team was ik blij, want ik zag  dat als een mogelijkheid me sneller te ontwikkelen. Maar dat het zo’n vlucht zou nemen, kwam ook voor mij onverwacht.

Ambities omhoog bijstellen
Zijn eerste koersdag - de Ster van Zwolle - liet al zien dat hij aanvankelijk nog tamelijk bescheiden ambities omhoog kon gaan bijstellen. In de openingsklassieker van het Nederlandse wegseizoen overleefde hij een slijtageslag en sprintte hij naar een tweede plek achter zijn toekomstig ploeggenoot David Dekker. Zeges in de Trofej Umag en de Trofej Porec volgden en Kooij leek vertrokken voor een mooi voorjaar. Maar corona gooide roet in het eten en maanden zonder koers volgden. Kooij pakte in juli soepeltjes de draad van het winnen weer op in de GP Kranj en bleek later in het jaar ook in de Nations Cup-manche in Orlen (dag- en eindwinst) en de Settimana Coppi en Bartali succesvol. En passant werd hij ook nog vijfde in de wegwedstrijd op het EK in Plouay.

"Al met al was 2020 voor mij toch een mooi jaar om op terug te kijken.”

Olaf Kooij

Veel voldoening
“Vooraf hoopte ik me een aantal keren te kunnen laten zien in een massasprint en stelde ik me als doel om me - ook via training - te verbeteren. Het werd een geweldig jaar, ondanks een fikse onderbreking als gevolg van corona. Voor mij steekt de zege in de Settimana Coppi e Bartali er net wat bovenuit. Ik reed daar in een mixed team met enkele renners van onze ploeg uit de WorldTour en daar werd ik uitgespeeld in de sprints. Als je dat vertrouwen dan kunt waarmaken met zelfs een zege, dan geeft dat heel veel voldoening.” Hij hoopt nu bovenal op een enigszins normaal voorjaar in de maanden dat hij nog bij het beloftenteam van zijn ploeg uitkomt. “In 2020 heb ik de voorjaarsklassiekers bij de beloften grotendeels gemist. Daar kijk ik nu best naar uit en ik ben vooral ook benieuwd waar ik daar sta tussen mijn leeftijdsgenoten. En natuurlijk hoop ik in enkele meerdaagsen voor de zege te sprinten en zo de lijn van vorig jaar door te trekken. De tijd bij het WorldTour Team zie ik vooralsnog ook als leerperiode, al is het zeker de bedoeling om in de lager geklasseerde koersen opnieuw voor de winst mee te doen. In de toekomst wil ik natuurlijk ook op het hoogste niveau winnen, dat is het streven waar ik naar toe ga werken samen met mijn trainer Sierk-Jan de Haan.”

Hoewel hij meer van wedstrijden rijden houdt, heeft hij zich tijdens de lockdown in het voorjaar en de start van de zomer ook door middel van training wel degelijk weten te ontwikkelen. “Koersen om een resultaat te behalen, is waar je als sporter voor leeft. Trainen is net wat minder spannend. Maar ik houd wel van fietsen, dat scheelt, dus ik ging en ga er zonder tegenzin op uit.” In de winter kwam het schaatsen daar ook bij. “Ik heb bij de jeugd, de nieuwelingen en de junioren altijd de combinatie schaatsen-wielrennen gemaakt. Maar toen een seizoen geleden het Jumbo-Visma Development Team op mijn weg kwam, heb ik vooral voor het wielrennen gekozen. In oktober, november en begin december heb ik opnieuw één keer in de week geschaatst. Een mooie afwisseling vind ik, zeker omdat je deze winter meer alleen en in je eigen omgeving hebt getraind. Waar je normaal gesproken op trainingskamp met het team naar zonnige oorden was gegaan. Ik kan sinds een aantal maanden  volop met mijn sport bezig zijn, het afgelopen schooljaar heb ik het VWO afgerond en voorlopig een punt achter mijn schoolloopbaan gezet. Een profcontract én een diploma ja…  Al met al was 2020 voor mij toch een mooi jaar om op terug te kijken.”

EINDSPRINT:
Langste training ooit:
“Ik denk dat dit op het trainingskamp met de ploeg in februari 2020 was. Toen hebben we een keer 210 kilometer gereden. Die flinke duurtraining sprong er toen echt wel uit, maar was een nuttige investering richting het voorjaar. Omdat ik dat in een groepsrit met mijn ploeggenoten deed, was dat goed te doen.”

Scooterrijder:
“In de winter doe ik geen specifieke trainingen waar ik de scooter voor nodig heb. Maar als we richting het seizoen gaan of er middenin zitten, dan zal ik wel weer regelmatig achter de door mijn vader bestuurde scooter plaatsnemen. Om de snelheid van de koersen en de sprint na te boosten.  Het is voor een sprinter soms nuttig  om dankzij de scooter van een lage aanzet naar zestig kilometer per uur op te bouwen.”

Trainingsuren:
“In de weken tussen de seizoenen in ging het de afgelopen periode vaak om 15-20 uur per week. Dat wisselt wel sterk tussen een rustige en een zogenaamde grote week. Ook combineer je het per week meer of minder met je krachttraining. Dat krachtprogramma bouw je in het begin van de winter op en later ga je dat meer onderhouden.”

Zadeltasje:
“Ja, als ik op de fiets in de winter een lekke band krijg, kan dat wel handig zijn om een reservebandje mee te hebben. Dan kun je zonder veel onderbreking je training tenminste nog afmaken.”

Trainen als een brommer:
“Ik train eigenlijk veel alleen. Maar als ik aan iemand denk dan vooral aan een Duitse jongen bij ons in de ploeg: Michel Hessmann. Die houdt wel van stevig doorrijden.”

Strava
“Ik gebruik Strava eerder om routes te checken en plaats zelf geen trainingen online. Ik heb er niet echt behoefte aan. Maar als je een keer een wat andere route zoekt of ergens anders traint, zijn die routes wel heel handig. "

Favorieten:
Trainingsrondje:
“Ik kan vanuit Numansdorp alle kanten op. Als ik een wat langere training moet afwerken, vertrek ik vaak voor een rondje Zeeland en kom ik over de Oesterdam. Maar ik kan ook Brabant in naar Oude Tonge fietsen, een stukje Zeeland erbij pakken en dan via Woensdrecht weer terug rijden.  

Koffiestop:
"Als ik een keer met mijn oud-ploeggenoten uit het schaatsen ga fietsen, hebben we vaak een groot rondje met een stop in Dinteloord."

Bestelling:
"Dat is dan toch wel standaard een cappuccino en een appeltaart met slagroom."

Vaste trainingspartner:
“Ik probeer toch regelmatig mijn individuele trainingen te combineren met ritjes met jongens die ik nog ken van het schaatsen, zoals Jarno Pluijgers en Jarle Gerrits. "

Omgeving:
“Ik kan prima in mijn eigen omgeving trainen. Op vaste trainingsronden van met wat variaties op die trajecten. Het is zeker geen straf, er is een keuze te over om door Zuid-Holland, Brabant of Zeeland te rijden.”

  • Nederlandse Lotterij

Wij plaatsen functionele cookies om deze website naar behoren te laten functioneren. Daarnaast vragen we je toestemming om analytische cookies en marketingcookies te plaatsen. Daarmee meten we het gebruik van deze website en kunnen we ons aanbod beter afstemmen op jouw voorkeuren. Deze cookies verzamelen persoonsgegevens. Geef hieronder aan welke cookies je wilt accepteren. Meer weten? Bekijk onze privacypagina.