Magazine

Vanaf dit jaar is alles anders geworden

Na twee jaar als begeleider van Eddy van IJzendoorn en ruim drie seizoenen als mecanicien met Metec-TKH ga ik de wielersport vanaf 2018 anders beleven. Meer fietskilometers voor mezelf en meer vrije weekenden met het gezin. Natuurlijk bleef ik de wielersport volgen en stond ik nog eens langs de kant bij een koers, maar zonder directe betrokkenheid.

Jesse, mijn zoontje, zat op voetbal, hij was keeper en iedere zaterdag stonden zijn moeder en ik langs de lijn. Van ons mocht hij zelf weten welke sport hij wilde beoefenen. Tevreden keek ik hoe hij tijdens wedstrijden houdbare of onhoudbare ballen uit zijn doel haalde. Met wilde armgebaren coachte hij zijn verdediging, zoals hij ook twee maal per week op de training deed. Ik keek toe en zag dat het goed was.

In het weekend, vaak al heel vroeg in de ochtend, zag Jesse mij in de bus van de wielerploeg stappen. Hij zag zijn vader soms voorbijrazen tijdens de koers en zwaaide dan geduldig naar de zwarte ploegauto. Ieder jaar ging hij met zijn vader mee naar de Amstel Gold Race. Daar keek hij toe hoe zijn vader, soms iets te luidruchtig, een voorbij rijdend peloton toeschreeuwde. Geduldig zette Jesse de televisie op een andere zender zodra zijn vader daarom vroeg. Ook keek hij mee naar eindeloos saaie etappes tijdens de Tour de France. Hij keek toe en zag dat het goed was.

Afgelopen zomer zaten we op een warme dag samen in de auto. Het was stil in de auto, op de achtergrond klonk RadioTour. We luisterden aandachtig naar het commentaar dat door de luidsprekers klonk. Tijdens het reclameblok pakte Jesse mijn hand. Hij kneep zachtjes om er zeker van te zijn dat hij mijn aandacht had en fluisterde: “Ik wil wielrenner worden.” Ik was overdonderd, probeerde te begrijpen wat ik zojuist gehoord had, maar het kwam niet binnen. Maar die zacht uitgesproken zin werd zijn mantra van de zomer. “Ik wil wielrenner worden,” klonk die zomer nog vaak uit de mond van mijn zevenjarige zoon.

"We keken elkaar aan en zagen dat het goed was"

Jeroen Wijngaard

Een aantal weken terug reed Jesse zijn eerste rondjes op de wielerbaan van Tiel. In een net iets te grote regenboogtrui en met een grote donkere zonnebril werkte hij zijn rondjes af. De kleine en pezige beentjes maalden in het rond. Terwijl hij voorbij reed keek hij ons niet aan, hij ging staan na de bochten en schakelde driftig op. Hij reed op zijn racefiets alsof hij nooit iets anders had gedaan. Mijn uitleg of wijze lessen leken overbodig, ik zag het vuur in zijn ogen branden.

Op de terugweg zaten we opnieuw zwijgend in de auto. Jesse staarde naar buiten en vroeg zich hardop af wanneer de volgende training zou zijn. Ik dacht na over alles wat ik wilde regelen. Lidmaatschap van de club, wedstrijdlicentie, de juiste banden en een compleet tenue. Mijn wielerbeleving zou vanaf nu inderdaad anders worden maar niet op de manier zoals ik gedacht had. Op hetzelfde moment keken Jesse en ik elkaar aan, allebei met onze eigen gedachten. We keken en zagen dat het goed was.

  • Nederlandse Lotterij